Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
Bedriegen met een minnaar of minnares.
Met al die verschillende minnaressen heeft hij zijn vrouw al heel wat takken gezet!
Een “takkendrager” is een man die veelvuldig bedrogen wordt door zijn vrouw. Zie horendrager
Niet moeilijk dat zij hem verlaten heeft… hij zette haar de ene tak na den andere.
Bedriegen met een minnaar of minnares.
Met al die verschillende minnaressen heeft hij zijn vrouw al heel wat takken gezet!
Een “takkendrager” is een man die veelvuldig bedrogen wordt door zijn vrouw.
Niet moeilijk dat zij hem verlaten heeft… hij zette haar de ene tak na den andere.
(Grof)
In’t plat aantwaareps wordt een vagina wel n’s een “koem” of “koemmeke” genoemd.
Wat is er jongen je hebt blaasjes op je lippen heb je…
Wat is’t joeng get wa bloskes oep oe lippe hedde wer on een vuil “koemmeke” g’hangen?
Handelswaar verkocht door een “marsjang”
Wordt in Antwerpen uitgesproken als “marschondies”
“marschondies” is dus koopwaar in het algemeen.
Maar… wordt soms ook grappend gezegd over een vrouw.
Ik ben in zijne nieve winkel gewest en hij hee wel
shoon “marschondies”
Zijn nief lief ziet er goe uit, t’is schoon “marschondies”
Kloten
Hij kreeg een schop in zijn “radijzen”
En nèèn ik vergis me niet en ja ik weet dat “shokkedijzen” ook bestaat.
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.