Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
Die vrouw deelt gele stiften uit!
Werd vroeger (jaren 70) in het uitgangsleven van Antwerpen gezegd van een vrouw waarvan geweten was dat ze een venerische ziekte had.
Lot da mokke vallen joeng, want die deelt geel stiften uit!
Hier niet in het juridische of het notariële jargon maar gewone cafèpraat…
Als de allerèèrste klant in een gloednieuwe horecazaak een grote rekening moet betalen of liever nog, veel drinkgeld geeft spreekt men van een klant met een goeie “handgift”
Een voorteken dat de zaak zal floreren.
Dees zaak zal wel goe gaan lopen, want onze’n eeste klant was wel een heel goei “handgift”
Hier niet in het juridische in de notariële jargon maar gewone cafèpraat…
Als de allerèèrste klant in een gloednieuwe horecazaak een grote rekening moet betalen of liever nog veel drinkgeld geeft spreekt men van een klant met een goeie “handgift”
Een voorteken dat de zaak zal floreren.
Dees zaak zal wel goe gaan lopen, want onze’n eeste klant was wel een heel goei “handgift”
Antwerps.
Klein biertje (18cl) dat besteld werd door mannen die al wat teveel ophadden maar toch nog een pintje wouwen’emmen.
Werd ook “beentje” genoemd.
Ne volle vent daareft geen “hoerepintje” (beentje) bestellen want da sto ni. Dan valt’em deur de mand.
Betalen.
Jongens voor we hier vertrekken moet er hier iemand de rekening betalen.
Jonges jonges veur damme deur gon moet er hier iemand nog de rekening beschallemen.
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.