Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
Ik kwam er op via een artikeltje op vrt.be:
“Hij is een hoofdrolspeler in een oer-Vlaamse uitdrukking, en er is een gezelschapsspelletje naar hem vernoemd: Piet Snot. Waarom is dat zo? Wie was die Piet Snot? En wie was Jan Zabber dan, zijn tegenhanger in de Kempen? “Het is een simpele ziel die je al terugvindt in toneelstukken uit de 17e eeuw”, legt dialectoloog Chris De Wulf uit.”
Maar dat Piet Snot hoofdrolspeler is in een oer-Vlaamse uitdrukking is me niet duidelijk.
Deze keer verrast Typisch Vlaams in positieve zin: platen laten nemen is Belgisch-Nederlandse standaardtaal!
Nu, echt veel goegels vind ik niet in de ‘kwaliteitspers’, maar soit.
Heel raar dat ze op ’t sportweekend spreken over Belgian Kets. Ik vrees dat het naar NL gebruik is om Engelse a-woorden met een e uit te spreken, bv. flat—> flet. De argumentatie van de Nederlanders is dat ze dicht bij de origineel Engelse uitspraak willen blijven, wat helemaal het geval niet is: het Nederlandse flet ligt veel verder van het Engels dan bv. het Vlaamse flat.
Dus, beste sportjournalisten, spreek over de belgian kats zoals elke Vlaming dat doet, dan zit ge ineens veel dichter bij het oorspronkelijke Engels dan dat Nederlandse kets.
Het vnw vermeldt pinten (pintte, gepint) als synoniem voor pintelieren.
Ze gingen pinten in ’t café Onder den toren. Zoiets?
Ik ken het niet. Iemand wel? Regio?
Werd vanmorgen op het boekenprogramma van radio1 genomineerd als mooiste Nederlandse zin. Van mij mag die winnen, dan hebben we ineens een schoonste Vlaamse zin. Vlaamser gaat ge het niet krijgen, niet wat de taal betreft en noch wat de inhoud betreft.
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.