Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
in, naar
zie ook op (de trein, het vliegtuig)
‘Op’ tien jaar is de gemiddelde leeftijd van de Belg gestegen enz. ABV/ ‘in’ tien jaar is de gem. leeftijd gestegen SN. Evenals ‘op’ café gaan/naar het café gaan SN. Voor het derde jaar ‘op rij’ ABV/voor het derde jaar ‘achter elkaar’ SN. Allemaal vlaamse toepassingen met ‘op’, verschillend van het ABN.
ontbijtkoek
zie ook: zoetekoek, kruidekoek, pennepisse, feeste, lekkerkoek, pomkoek, pondkoek Ook in Limburg: paeperkook
Wilt ge een boterham met speculoos of met peperkoek?
baan, werkkring, aanstelling
Belgen hebben een ‘job’, nederlanders een baan of vaker: baantje. Alhoewel ‘job’ geen onbekend woord is in Nederland wordt het meer gebruikt in populair/positieve zin. Zoekt U een leuke, afwisselende job? Als je er op in gaat blijkt het een gewoon baantje te zijn.
schemeren, het stemmig samen beleven van de schemer in familie- of vriendenkring
miene pap en de mam zoote vreuger mit de bure te sjemere en zie zagte: ‘wat hubbe veer ’t toch good’/mijn vader en moeder zaten vroeger met de buren te ‘schemeren’ terwijl ze zeiden: ‘wat hebben we het toch goed’
stapelgek, stapelzot, knettergek.
veur koosjte mitein zeen dat_er raadgek woar/we konden meteen zien dattie knettergek was
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.