Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
gieten, storten, gooien
samenstellingen: leegkappen, uitkappen, binnenkappen, wegkappen, overkappen, afkappen, omkappen, volkappen,…
vormvariant: kippen
Van Dale 2013 online: (gewestelijk) kiepen, omkiepen, storten (kap het restje bier maar in mijn glas)
Eerst doe ik cornflakes in mijn kom, en dan kap ik er melk over.
Kapt die soep hier maar in, dat pakt minder plaats in in de ijskast.
Kapt dat toch over in een kleiner potteke. Maar zonder smossen hé!
Kapt dat vuil maar over de haag bij de buren. Hela, niet doen zenne, dat was maar voor te lachen.
> andere betekenis van kappen
bij bepaalde hondenrassen de oren en staart in model snijden zonder verdoving
NL: couperen
in het Antwerpse: snijden
Jef: We gaan onze Duitse dog z’n oren laten kappen, zodat ze mooi puntig staan.
Frans: Ge moogt dat niet meer doen, Jef, tegenwoordig is dat bij wet verboden.
> andere betekenis van kappen
hakken
Woordenboek der Nederlandsche Taal: nog heden is hakken in Zuid-Nederland in de spreektaal ongebruikelijk. Kappen is, althans in Vlaanderen en Brabant, het gewone woord.
zie ook gekapt
Zoeteke, wilt gij eens wat hout gaan kappen, dan kunnen we de stoof aansteken.
Die pompoen in stukken kappen is een lastige job. De schel is veel te hard.
Gekapt vlees is gehakt.
1. flodderig, lief, knuffelachtig,…
2. aanhankelijk zijn, meestal ivm een ziek kind
zie ook flemen
Woordenboek der Nederlandsche Taal : fleemachtig: vleierig (De Bo (1873)).
1. Hij is zo fleemachtig vandaag, wat zou hij nodig hebben?
2. Haar dochterke is al een hele tijd fleemachtig, ik denk dat ze aan ’t ziek worden is.
In de visserij gebruikte term voor stalen kabel. Oorsprong is Engels (= wire). Kwam overgewaaid met de vissers die gedurende de tweede wereldoorlog in Engeland verbleven.
Woordenboek der Nederlandsche Taal:
WIJER —, znw. m. Van eng. wire ‘draad’.
weier (wire)
Ik moet nog een weier splitsen (ik moet nog een kabel splitsen). Kabels werden vroeger gesplitst en in elkaar gevlochten om een langere kabel te maken, of om een oog te maken op het uiteinde. Een zeer lastig karwei trouwens.
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.