Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wijzigingen door de Bon

    brak
    (bn.)

    bitter

    Rauw witlof lust ik niet. Té brak van smaak.

    > andere betekenis van brak

    Regio Leiestreek
    Bewerking door de Bon op 08 Mar 2019 13:05
    0 reactie(s)

    temper
    (zn. m., -s)

    postzegel
    ook tember

    < Fr. timbre(-poste)

    Nen temper op nen brief plakken.

    > andere betekenis van temper

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door de Bon op 08 Mar 2019 01:10
    5 reactie(s)

    temper
    (de ~ (m.), ~s)

    een papje op basis van water of melk met maïszetmeel of aardappelbloem, wordt gebruikt om een saus te binden.
    Het papje wordt gemaakt in koude vloeistof en al roerend in de hete te binden vloeistof gegoten.

    Woordenboek der Nederlandsche Taal: temper
    3. Dun beslag van verschillende dooreengemengde ingrediënten voor pannekoeken, wafels enz.; ook een mengsel van meel met water enz. om saus en derg. te binden. In Vlaanderen, Brabant en Zeeland.
    “Haest u, maekt den temper gereed: ik wil wafels eten van dezen avond. En klutst er een ey of twee in, ’t mag er nu af” Duvillers (1851).
    “Wij zullen wafels bakken, De gist is goed, de temper is aan ’t gaan” Uit een volksliedje, bij Schuermans (1865-1870).

    A.A. Weijnen: temper, timper beslag = eng. temper ‘geschikt mengsel’. Afleiding van temperen ‘regelen’ « latijn temperare ‘mengen, zich inhouden’. Uit deze betekenissen zijn ook ontstaan die van: temperatuur en, via de antieke vochtenleer, temperament: de vochten zouden namelijk in een bepaalde verhouding werken.

    Van Dale 2018: tem­per
    1847, van tem­pe­ren in de be­te­ke­nis ‘in de juis­te ver­hou­ding mengen’
    stof­naam; niet al­ge­meen dun be­slag voor wa­fels, pan­nen­koe­ken enz.

    De saus is nogal dun. Maak eens een temper om ze te dikken!

    > andere betekenis van temper

    Regio Vlaamse Ardennen
    Bewerking door de Bon op 08 Mar 2019 01:10
    0 reactie(s)

    temper
    (de ~ (m.), ~s)

    een papje op basis van water of melk met maïszetmeel of aardappelbloem, wordt gebruikt om een saus te binden.
    Het papje wordt gemaakt in koude vloeistof en al roerend in de hete te binden vloeistof gegoten.

    Woordenboek der Nederlandsche Taal: temper
    3. Dun beslag van verschillende dooreengemengde ingrediënten voor pannekoeken, wafels enz.; ook een mengsel van meel met water enz. om saus en derg. te binden. In Vlaanderen, Brabant en Zeeland.
    “Haest u, maekt den temper gereed: ik wil wafels eten van dezen avond. En klutst er een ey of twee in, ’t mag er nu af” Duvillers (1851).
    “Wij zullen wafels bakken, De gist is goed, de temper is aan ’t gaan” Uit een volksliedje, bij Schuermans (1865-1870).

    A.A. Weijnen: temper, timper beslag = eng. temper ‘geschikt mengsel’. Afleiding van temperen ‘regelen’ « latijn temperare ‘mengen, zich inhouden’. Uit deze betekenissen zijn ook ontstaan die van: temperatuur en, via de antieke vochtenleer, temperament: de vochten zouden namelijk in een bepaalde verhouding werken.

    Van Dale 2018: tem­per
    1847, van tem­pe­ren in de be­te­ke­nis ‘in de juis­te ver­hou­ding mengen’
    stof­naam; niet al­ge­meen dun be­slag voor wa­fels, pan­nen­koe­ken enz.

    De saus is nogal dun. Maak eens een temper om ze te dikken!

    Regio Vlaamse Ardennen
    Bewerking door de Bon op 08 Mar 2019 01:09
    0 reactie(s)

    temper
    (de ~ (m.), ~s)

    een papje op basis van water of melk met maïszetmeel of aardappelbloem, wordt gebruikt om een saus te binden.
    Het papje wordt gemaakt in koude vloeistof en al roerend in de hete te binden vloeistof gegoten.

    Woordenboek der Nederlandsche Taal: temper
    3. Dun beslag van verschillende dooreengemengde ingrediënten voor pannekoeken, wafels enz.; ook een mengsel van meel met water enz. om saus en derg. te binden. In Vlaanderen, Brabant en Zeeland.
    “Haest u, maekt den temper gereed: ik wil wafels eten van dezen avond. En klutst er een ey of twee in, ’t mag er nu af” Duvillers (1851).
    “Wij zullen wafels bakken, De gist is goed, de temper is aan ’t gaan” Uit een volksliedje, bij Schuermans (1865-1870).

    A.A. Weijnen: temper, timper beslag = eng. temper ‘geschikt mengsel’. Afleiding van temperen ‘regelen’ « lat. temperare ‘mengen, zich inhouden’. Uit deze betekenissen zijn ook ontstaan die van: temperatuur en, via de antieke vochtenleer, temperament: de vochten zouden namelijk in een bepaalde verhouding werken.

    Van Dale 2018: tem­per
    1847, van tem­pe­ren in de be­te­ke­nis ‘in de juis­te ver­hou­ding mengen’
    stof­naam; niet al­ge­meen dun be­slag voor wa­fels, pan­nen­koe­ken enz.

    De saus is nogal dun. Maak eens een temper om ze te dikken!

    Regio Vlaamse Ardennen
    Bewerking door de Bon op 08 Mar 2019 01:08
    0 reactie(s)

    Nieuwe versie!
    Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze GitHub.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.