Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
— voorheen ook KABASSE; daarnaast KABAAS, KARBAAS; ook wordt op vele plaatsen in Vlaamsch-België (o.a. te Gent) KABA gezegd (het woord moet dus tweemaal ontleend zijn) —, znw. vr., m. en onz. Mnl. cabas en cabaes. Ontleend aan fra. cabas. In Noord-Nederland althans nu niet meer gebruikelijk, doch verg. KARBIES. Zie ook KABES, KABIS.
le cabas steunt u ook
— vroeger en thans nog veelal KAVE —, znw. vr., in Noord-Nederland onbekend. Mnl. cave, schoorsteen.
–?1. Eigenlijk. Schoorsteen, schouw; verg. gelijkbet., eveneens alleen zuidndl., kafkoen en kafoor.
Kave, kaf-koen. Fland. j. schoude, KIL. 1588.
— Kaaf, kave, Schouw, schoorsteen, fr. cheminée, DE BO 1873.
De rook trekt door de kave; ik zag van ver de kaven rooken; de kave van een stoomtuig, DE BO 1873.
Schoorsteen … In W.-Vl.: schouw, kaaf, kave, kafkoen, kafoor en vierpijp, V. KEIRSBILCK, Mets. 269.
— Ick werde gheiaecht gheheel wt den sinne, Ick crope van vreesen ter caven inne, Gentsche Sp. 305 1539.
Daer werden emmertoes ij caven in ghemaect (in zeker kerkgebouw), ende dat achter int vertreck daer zij een camerkin of ij hadden om … tzwinterdaechs haer te mogen waermen, V. VAERNEWIJCK, Ber. T. 2, 26 1566.
Die eerst zyne cave heeft beghinnen maecken an eenen ghemeenen muer, die blyft er, Cost. v. Auden. 1, 150 (a°. 1615).
Op de konings kave zat er een zwarte rave, Op enz., LOOTENS en FEYS, Chants pop. 94 1879.
Ons knaapje … vraagt … hoe dat Sinte Maarten vindt zijn schoe, en hoe hij door de kaaf geraakt, en hoe hij zich niet zwart en maakt, DE GHELDERE, in VERRIEST, Vl. K. 1, 42.
Geen’ heerdstêe nu, geen’ kave, in ‘t dorp, of rook ’n laat ze puilen ten avonde in, die nederdaalt, GEZELLE 6, 247.
’t Kaafken (is) aan het rooken, RODENBACH 138.
Des winters bij nachte …, daar de winden in de kave huilen, VERRIEST, Vl. K. 1, 60.
Met één klom ze (eene kat) door de kave naar buiten, in Volksk. 7, 130.
?— Zegsw. Zoo zwart als de kave (DE BO 1873), zeer zwart. — Daarnaast Wit als de of een kave, in ’t geheel niet wit; ”pikzwart”.
Berimpelt vel, wit als een kave of schauwe, D’HEERE, Boomg. d. Poës. 54.
?2. Als benaming voor (het bovenste gedeelte van) een lampeglas.
De kave van den quinquet, van het lichtvat. ’t Bovenste, ’t smalste van de glazen buize, die op den lichter staat. — Hij hield het boven de kave van den quinquet, en ’t schoot in brande. Loquela 13, 75 1893.
?3. Als benaming voor den koker waardoor een onderaardsch riool gemeenschap heeft met den beganen grond.
eeuu lijkt me ook een raar’ uitspraak voor het AN [œy]
Zo, eindelijk verbeterd. Ik heb m/v gezet tot het zeker is dat het woord overal mannelijk is geworden
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.