Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
overloop
j’ is ip ze muule gedunderd ip de paljee : hij is op de overloop op z’n gezicht gevallen
plots
Ol mèt e ki stoengd ie in ’t deuregat : plots kwam hij binnen
geven, hinderen
Mesannet nie? Stoort het niet?
Os ‘t nie mesant. Als je’t niet erg vindt
lui, vadsig
afgeleiden :
- luuszak (zn.) luiaard
- luuzigaord (zn.) idem
- luuzigoardzweet (in de uitdrukking : luuzegoardzweet is gauwe gereed, wie te lui is vindt wel gauw een excuus om lui te blijven)
j’is te luuzig vo te gapen (te lui om donder te zeggen)
bochtig
da boantje achter de staosie lopt krienkeldewienkel.
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.