Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'bo'

    boa bob boc bod boe bof bog boi boj bok bol bom bon boo bor bos bot bou bov bow boy

    De volgende 445 termen in onze databank beginnen met 'bo':

    bo
    bo(e)nsteren
    boam
    boan
    boawe
    boîte
    BOB
    bob - actie
    Bob-campagne
    BOB-chauffeur
    bob-upcontrole
    bobcampagne
    bobijn
    bobijn, mijn ~ is af
    bobine, mijn ~ is op
    bobineren
    bobineur
    bobke
    bobo
    bobon
    bobonne
    bocht
    bocht, een ~ maken
    boddelsteen
    bodderen
    bodding
    bodemattest
    bodemstaal
    boebel
    boebelen
    boebelen, ergens ~ van krijgen
    boebenoend
    boechelaar
    boechelarij
    boechelen
    boechel~
    boecht
    boecht van de Aldi
    boef
    boef, op de wilde ~
    boefdoef
    boefen
    boefer
    boefkick
    boegese koek
    boegesheipke
    boegget
    boei
    boejemer
    boejot
    boejote
    boek
    boek kaarten
    boek, op de ~
    boek, op den ~ vliegen
    boek, op zijn ~, maar niet uit zijn broek
    boekee
    boekel
    boekelees
    boeken
    boeken toe
    boeken toedoen of dichtdoen
    boeken, de ~ neerleggen
    boeken, de ~ sluiten
    boekenbeurs, de ~
    boekeneut, mv.:~ en
    boekerdekoek
    boekerij
    boeksheiring
    boekske
    boekske, vuil ~
    boekskes, de ~
    boekstring
    boel
    boel maken
    boeleke
    boeleke, plat ~
    boelie
    boellen, uw ~ hebben
    boelmaker
    boelzoeker
    boem
    boem, naar de ~
    boembam
    boemboem
    boemeket
    boemel, op den ~ gaan
    boemelaar
    boemelèr
    boemelen
    boemeltrein
    boemerstvol
    boemlala
    boemmerskonte
    boempatat
    boemsen
    boenk
    boenk erop
    boenk-knots
    boenkbij
    boenken-boenken
    boenkmuziek
    boer
    boer, een gat is een gat zei de ~ en kroop op zijn varken
    boer, er een ~ mee van zijn paard kunnen kloppen
    boer, geeft die ~ een stoel
    boer, gestampte ~
    boer, nen dikke ~
    boeregat
    boereleute
    Boeren van Olen
    boeren, de domste ~ hebben de dikste patatten
    boeren, erdoor ~
    boerenboef
    Boerenbond, Belgische ~
    boerenbuiten
    boerenbuiten, op den ~
    boerenjaar
    boerenkot
    Boerenkrijg
    boerenpeerd
    boerenpeerd, een gat gelijk een ~
    boerenpuit
    boerenput
    boerenteen
    boerentram
    boereslag
    boeries
    boerin, schoonste ~ van Vlaanderen
    boerke
    boerke(n)
    Boerken
    boerkoos
    boertje
    boes
    boeschcammeré
    boeshamer
    boesjen
    boesjkammeree
    boesterink
    boestijd
    boet
    boetefonds
    boeten
    boetiek, het is niet veel van ~
    boetjer
    boever
    boezem, in eigen ~ kijken
    boezembrood
    boezen
    boffen
    boffer
    bogaard
    bogerd
    boi
    boite
    boj
    bojemer
    bok, iemand bij de ~ zetten
    bok, ~ staan
    bokaal
    bokaalglas
    bokaalglazen
    bokbonen en veldkeien
    boke
    bokes met confituur eten
    bokken
    bokkepoot
    bokker
    Bokkeriejers
    bokkig
    Bokrijk, een ~
    Bokrijk, goed voor ~
    Bokrijk, het ~ van
    bokrijkgehalte
    boks
    boksen, hij ziet ze ~
    boksen, iets in elkaar ~
    bokshennik
    boksotootje
    boktand
    bol
    bol, bolleke
    bol, iemand de ~ wassen
    bol, in uw ~ steken
    bolcontainer
    bolhoedje
    bolhoorde worden
    Bolivië
    bollaert
    bollekète
    bolleke
    bolleket
    bollen
    bollenwinkel
    bolletje rood kleuren
    bollo smieto
    boloorde, ergens ~ van komen
    bolwassing
    bolwassing, een ~ krijgen
    bolwassing, iemand een ~ geven
    bom
    bom, geen ~ kunnen schelen
    bom, naar de ~ zijn of gaan
    BOM-wet
    bomauto
    bomberen
    bombie
    bomen afdoen
    bomen komen elkaar niet tegen
    bomma
    bommama
    bommaziekte
    bommeke
    bommekesschiet
    bommel
    bommen, niets kunnen ~
    bommengordel
    bommenstevol
    Bommerskonten
    bommersvol
    bommersweer
    bompa
    bompapa
    bon
    bon, de ~
    bonbonnière
    bond
    bonen knopen, vooruitgaan lijk ~
    bonen van genuchten
    bonen, de ~ gefret hebben
    bonen, vooruitgaan als ~ knopen
    bonenklakker
    bonestaak
    bongske
    boni
    bonificatie
    bonjouren, buiten ~
    bonjourmadammeke
    bonk
    bonk, er ~ opzitten
    bonken
    bonker
    bonket
    bonkmuziek
    bonmama
    bonneke
    bonpapa
    boodje
    boodschap van algemeen nut
    boogscheut
    boogvulder
    boogvulders
    boom
    boom, den hoogsten ~ in kunnen
    boomgaardhesp
    boomke wies
    boomkor
    boontje, een ~ hebben voor iemand
    boontje, loontje komt om zijn ~
    boontje, zijn ~ s te week leggen op
    boord
    boord, aan ~ leggen
    boorddocumenten
    boordsteen
    boorling
    boos
    boot, van den ~ gevallen
    bootje
    bootjesbier
    booze
    boozen
    bord opeten
    bordèl, in ~ laten
    bordeaux zak
    bordeelsluiper
    bordel
    bordel maken
    bordendraaier
    borduur
    bordvager
    boreling
    Borgerokko
    borrel
    borrelnootjes
    borstbol
    borstel
    borstel verf
    borstel, er met de grove ~ door gaan
    borstel, zijn plaats is waar den ~ staat
    borstelen
    borstvalling
    borstvoedingsverlof
    bortelen
    bos
    bos, den ~ in zijn
    bos, heel het ~
    bos, heulen met de wolf die in het ~ leeft
    bosbarometer
    bosbehoudsbijdrage
    bosbrek
    boscompensatiefonds
    bosjten
    boskaart
    boskesbonen
    bosklas
    bosklassen
    bospoeper
    bosselder
    bosselekop
    bosselenneke
    bossen afdoen
    bossen, in ~ en kanten
    boste
    Bostroeëneir
    Bosuil, den ~
    bot
    bot, door den ~
    bot, in ~ staan
    boter, de ~ gevreten hebben
    boter, een haar in de ~
    boteren
    botergalette
    boterham
    boterham, dat is een hele ~
    boterham, een glazen ~
    boterham, er een hele ~ aan hebben
    boterham, iet voor bij den ~
    boterhammen maken
    boterhammendoos
    boterhammensaucisse
    boterhammensossis
    boterhammentaks
    boterkoek
    botermelk
    boterpapier
    boterspekke
    boterstand
    botram
    botramme, de meiste ~ hubbe veer op
    bots
    bots over den toog
    bots, een ~ gehad
    bots, iets doen op den ~
    bots, op de ~
    bots, valse ~
    botsauto
    botsbal
    botsbollig
    botsen, op uw kop gevallen en blijven ~
    botserkes
    botsing
    botst, klinkt het niet, dan ~ het maar
    botste
    bottel
    botten
    botten, amai mijn ~
    botten, de ~
    botten, de ~ mee kunnen aanvangen
    botten, er de ~ van (werkwoord)
    botten, er de ~ van kennen of kunnen
    botten, er geen ~ van (werkwoord)
    botten, er geen ~ van geloven
    botten, er zijn ~ aan vegen
    botten, het in zijn ~ hebben
    botten, in zijn ~ slagen
    botten, in zijn ~ zijn
    botten, kust mijn ~
    botten, met zijn zatte ~
    botten, naar de ~ zijn
    botten, nul de ~
    botten, om de vijf ~
    botten, op geen ~ trekken
    botten, rubberen ~
    botten, uit zijn ~ slaan
    botten, van kust mijn ~
    botten, van mijn ~ zijn
    botten, zijn ~ afdraaien
    botten, zijn ~ schuren
    botten, zijn ~ uithangen
    botten, zijn ~ vegen aan iets
    botten, zijn ~ vol hebben
    bottenpres
    botter
    botteram
    botteren
    botteren, van den trap ~
    bottie
    bottine
    bottinekes, de ~
    bottinnen
    botvink
    botvinken
    bouchend (vol)
    boudoir
    bougeneren
    bougeren
    bougie
    bougieke
    bouillie
    boule de Berlin
    boule de l’yser
    boulet
    bouletten, naar de ~
    boulevard, den ~ doen
    boullie
    boulogneworst
    boursier
    boutade
    boutekeet
    bouten, met kanten en ~
    bouw
    bouwheer
    bouwhoek
    bouwlot
    bouwpromotor
    bouwsalon
    bouwschil
    bouwtoelating
    bouwverlof
    bouwwerf
    bouwzone
    boven
    boven de taalgrens
    boven mijn kop kunt ge groeien, maar niet boven mijn hand
    boven zijn stand leven
    boven, ~ halen
    bovenarms, er ~ op zitten
    bovenbaremiek
    bovenbouw
    boveneen
    bovenhalen
    bovenhand, de ~ halen
    bovenhands, er ~ op zitten
    bovenhemmeke
    bovenkamer, het in zijn ~ hebben
    bovenlijfke
    bovenop, er ~ zijn
    bovenschuppen
    bovenspitten
    bovenwind
    bovenwoning
    bovenzicht
    bowlingen
    boysband

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.