Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'i'

    ia ic id ie ig ij ik il im in ip ir is it iv

    De volgende 483 termen in onze databank beginnen met 'i':

    iëkheureke
    iërappel
    iëze
    ich
    ideaal geplaatst zijn
    idealerwijze
    idee
    idee, in 't ~ zijn
    idiotentaks
    iedelen
    ieder zijn goesting
    ieder zijne vogel
    iedereen en alleman
    iederoverant
    iejlder
    iekenis
    iele
    ielen
    iemand bebabbelen
    iemand bij zijn kleed hebben
    iemand erdoor sleuren
    iemand halen
    iemand hebben liggen
    iemand iets op de mouw speten
    iemand kunnen opeten
    iemand liggen hebben
    iemand niet kunnen rieken of zien
    iemand rond zijn vinger draaien
    iemand speciaal
    iemand tegen de schenen stampen
    iemand van het kaske naar de muur sturen
    iemand, een beeld ophangen van ~
    iemand, hèt voor ~ zijn
    iemand, op ~ tellen
    iemand, op ~ zijn blaak speken
    iemand, voor ~ staan
    ienigte
    ieperiet
    ier
    ieske
    iet
    iet en ne piet en ne snotpiet
    iet en niks
    iet gescheten, dat is ~
    iet hebben
    iet mag het hebben
    iet of wa
    iet voor bij den boterham
    iet(s), of ~
    iet, dat is ~ van niks
    iet, zo (met bijv. nw.) als ~
    ietekepetieteke
    ietekes
    iets (gaan) eten
    iets bijeen doen
    iets door je neus kunnen binnentrekken
    iets half zijn gat afwerken
    iets in elkaar boksen
    iets in zijn kas spelen
    iets krijgen
    iets om in te kaderen
    iets uitsteken
    iets voorhebben
    iets, zo ... als ~
    ietsepitteke
    ietske petietske
    ietske pietske
    iever
    ieveraar
    ieverans
    ieveranst
    ievers
    ievollig
    ievolligaard
    ievrounst
    iewers
    igheid
    ij, een lange ~
    ijle
    ijle aan uw gat hebben
    ijle niet
    ijllicht
    ijlshands
    ijsbeer
    ijselijk
    ijsgang
    ijsgat
    ijskast
    ijskot
    ijskreem
    ijslam
    ijsput
    ijsreep
    ijsroom
    ijsschaatsen
    ijsstoel
    ijsstuk
    ijzer, een ~ zetten op
    ijzer, in oud ~ hangen
    ijzerbedevaart
    ijzerbijter
    ijzeren
    IJzeren Rijn
    ijzerenweg
    ijzermaal
    ijzermanneke
    ijzermanneke, een ~ maken
    ijzers
    ijzers, d’ ~ aftrekken
    ijzers, met d’ ~ halen
    ijzertoren
    ijzervreter
    ijzerwerk
    ijzerwinkel
    ik
    ik doen, gaan, staan, zien en zijn
    ik ga het zeggen, Walter
    ik ga naar mijn kaf
    ik kan hem met mijn gat niet zien
    ik was juist aan het denken
    ik weet niet hoe
    ik weet niet wat, iemand ~ doen
    ik zeg het nog se
    ik zijn
    ik, op een ~ en een gij
    ikea-syndroom
    ikeacoalitie
    iks aantal
    il faut le faire
    imagotaks
    imagoverlagende winkel
    immatriculeren
    immersie-onderwijs
    immo
    immobiliair
    immobiliën
    immobiliënkantoor
    immocrisis
    immogigant
    immokantoor
    immosite
    impermeabel
    impersant
    impesant
    impressie, zich niet van de ~ kunnen ontdoen
    impressionant
    improviste, à l'~
    impulsfonds, sociaal ~
    impulsprogramma
    in 't jons
    in 't sheirs zitten
    in aantal zijn
    in actie schieten
    in ’t gat steken
    in ’t gelijk
    in ’t gelijk zijn
    in ’t slaap vallen
    in bekort zitten
    in België
    in bijlage
    in bossen en kanten
    in de achterzak zitten
    in de bak schuiven
    in de duik
    in de final
    in de kap zitten
    in de kazak zetten
    in de marmer zetten
    in de middelt
    in de pap roeren
    in de patatten rijden
    in de rapte
    in de schoot van de regering
    in de vlugte
    in de week
    in den duik
    in den eik zetten
    in doling
    in drie haasten
    in dummelienge
    in een aai en een draai
    in een mollegat kruipen
    in een wip en een gauw
    in en op
    in ene keer
    in form
    in gang stampen
    in gang trappen
    in gang zijn met
    in groep
    in hagen en kanten
    in het dubbel
    in het echtig
    in het groen
    in het kinderbed blijven
    in het klooster van Sint Arjaan
    in het ongelijk zijn
    in het riet rijden
    in het rood gaan
    in het vizier liggen van
    in het zelfste beuzeke steken
    in hoofde van
    in iemand zijn beuze pissen
    in iemand zijn gat keuteren
    in iemands rapen schijten
    in kosten vallen
    in nestels zitten
    in plek van
    in promotie
    in schaar
    in schijven van
    in schoonheid eindigen
    in schuifkes
    in schuim en zweet
    in se
    in stede
    in stokke(n) liggen
    in tegenwijzerzin
    in tussenkomen
    in uw pijp steken en opsmoren
    in uwe goemmer slagen
    in vet
    in vetjes
    in voege
    in wijzerzin
    in zeven haasten
    in zijn (haar) opkomen
    in zijn eigen denken
    in zijn gat gebeten zijn
    in zijn ongelijk zijn
    in zijn opkomen zijn
    in `t fout zijn
    in, het ~ hebben
    inachtname
    inauguratie
    in­een­slagen
    in­een­stam­pen
    inbeelden, zich ~
    inbeelding
    inblauwen
    inblutsen
    inbotten
    inbreuk
    inbusselen
    inbutsen
    inbuvable
    incentive
    inciviek
    incivisme
    incontournabel
    incontournable
    indelijks
    indeliks
    index
    indexkorf
    indexsprong
    indexterrorist
    Indië
    Indiër
    indicatorleerling
    indices
    indienen
    indienstname
    indijken
    Indisch
    Indische
    indlijk
    indoen
    indoezen
    indoppen
    indruk, een ~ geven
    indruk, een ~ laten
    indruk, zich niet van de ~ kunnen ontdoen
    induffelen
    industriële bakkerij
    industrieel ingenieur
    ineen
    ineenboksen
    ineenfiksen
    ineenflansen
    ineenflappen
    ineenklikken
    ineenklossen
    ineenkwakken
    ineenperen
    ineens
    ineensteken
    ineenstuiken
    ineenvlammen
    ineen~
    ineten
    infarct, een ~ doen
    infikkelen
    infodossier, elektronisch ~
    infoefelen
    infomoment
    ingang vrij
    ingangsdeur
    ingangsexamen
    ingemaakte kast
    ingenieur, burgerlijk ~
    ingenomen rijstrook
    ingenottreding
    ingeschreven zijn
    ingesteldheid
    ingeval van
    ingeven
    ingroeibaan
    inhaalrust
    inhaken
    inhoudstafel
    inhuldigen
    inhuldiging
    initiatie
    initiatiecursus
    initiatiefrecht
    initieel
    inkaderen
    inkaderen, iemand ~
    inkaderen, iets om in te kaderen
    inkalveren
    inkantelen
    inkanteling
    inköt
    inkbiegel
    inkel geld
    inkelbaan
    inkelderen
    inkelen
    inkelspel
    inkeltje spelen
    inken
    inkeven
    inkollen
    inkom
    inkom vrij
    inkomdeur
    inkomen
    inkomhal
    inkomkaart
    inkomprijs
    inkruip
    inkruipen
    inkruipen, daar gaat veel tijd ~
    inkt, Chinese ~
    inktcartouche
    inktpot, een stamp in zijn ~
    inlappen
    inleggen
    inmaakkast
    innagel
    inne-minne-mutte
    innekot
    innewaarts
    innige deelneming
    inox
    inoxen
    inpakken
    inpappen
    inperen
    inpikken op
    inplanten
    inrichten
    inrichtende macht
    inrichter
    inroepen
    insappen
    inschakelingsuitkering
    inschieten
    inschijten
    inschrijven, zich ~ in
    inschudden
    insgelijks, van ~
    insignificant
    insijpeling
    inslaan
    inslag
    inslagen
    inslapen
    inslikken
    insmeren
    insmijten
    inspannen, een proces ~
    instaan voor
    instampen (insjtampe)
    instapklaar
    instapklas
    instapper
    instappertje
    insteken
    insteken, een machine ~
    insteken, een waske ~
    insteken, een wasmachine ~
    instesselen
    insz
    intaren
    intasten
    intense regen
    intensieve
    intensieve zorgen
    intentieproces
    intentioneel
    intercommunale
    intercommunale, gemengde ~
    interfederaal
    Interfederaal Gelijkekansencentrum
    interfederaliseren
    intergewestelijk
    interim
    interim-regering
    interimarbeid
    interimbureau
    interimcontract
    interimjob
    interimkantoor
    intermodaliteit
    intermutualistisch
    interne keuken
    interneren
    internering
    internetrijbewijs
    interprofessioneel
    interventiekorps
    interventieploeg
    interzonaal
    intets
    intige
    intimistisch
    intra-Belgisch
    intracommunautaire verwerving
    intrafamiliaal
    intrafamiliaal geweld
    intriest
    intrige
    intussentijd
    inverkeerstelling
    invisiebeltje
    invoegafdeling
    invoegbedrijf
    invoegetreding
    invoegwerknemer
    invraagstelling
    inwendige orde
    inwijkeling
    inwijken
    Inwonersnamen
    inzicht
    inzitten, ermee ~
    inzitten, met iets of iemand ~
    inzonderheid
    inzweren
    ip de ruttel
    ip en 't èndent
    ip en of
    ip uw langde liggen
    ip uwen tid zin
    ip, ne keer ~ en weg
    IPA
    ipkallefoateren
    ipkleen
    ippen
    ipperlucht
    ippermeester
    ipperst
    ipperste
    Iranees
    irken
    irrealistisch
    irrebeze
    is
    is ertoe gehouden
    is kunnen ontsnappen
    is’t
    isgat
    iskreim
    isomo
    isomowafel
    italiaander
    Italienneke
    Italo-Belgisch
    ittantik, den ~ krijgen
    ivenanst
    iverans

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.