Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'n'

    1. na (210)
    2. nb (1)
    3. nd (1)
    4. ne (227)
    5. ni (171)
    6. nj (1)
    7. nk (1)
    8. nm (2)
    9. no (149)
    10. nt (1)
    11. nu (48)
    12. nv (1)
    13. ny (1)

    De volgende 782 termen in onze databank beginnen met 'n':

    n`importe
    na
    na datum
    na, tien ~ drie
    naa moeje gij nekee goe luistere
    naad, snit en ~
    naad, uit de naad zijn
    naadje, van ~ tot draadje
    naaibak
    naaicafé
    naaien
    naaien, achterwaarts in de poes ~
    naaigerief
    naaistrigge
    naakt ontslag
    naakte begijn
    naakte eigenaar
    naakte eigendom
    naakte madam
    naaktfouille
    naald, een ~ in de hooiberg zoeken
    naaldje, van ~ tot draadje
    naam
    naam, dat heeft geen ~
    naam, in eigen ~ schrijven
    naam, tussenvoegsel in een ~
    naamafroeping
    naamstem
    naamstemming
    naamtekenen
    naamtekenen
    naamtekening
    naar
    naar ’t groot toilet gaan
    naar Beerse om pannen
    naar beliefte
    naar best vermogen
    naar daar
    naar de 60 gaan
    naar de jaak zijn
    naar de kloten helpen
    naar de koning gaan
    naar de swis van Vlimmeren
    naar de wippe
    naar de zee
    naar godsvrucht en vermogen
    naar hier
    naar omlaag, naar omhoog
    naar Parijs naar d’hoeren
    naar voor, naar achter, naar onder
    naar, refereren ~
    naareen
    naargelang
    naarste
    naarstig
    naas
    naast de deur
    naast de kwestie zijn
    naast de prijzen vallen
    naast, er niet ~ kunnen
    naast, er niet ~ kunnen kijken
    naaste
    naasteen
    nabewaking
    na­bijheids­po­li­tie
    nabijheidsrechter
    nabuur
    nachenoen
    nacht, een stuk in de ~
    nacht, met de ~ staan
    nacht, putje van de ~
    nachtbrek
    nachtcommodeke
    nachtemmer
    nachtenoen
    nachthal
    nachtkleed
    nachtkot
    nachtlampe
    nachtlus
    nachtpost
    nachtraaf
    nachtshift
    nachttafel
    nachttafeltje
    nachtvertoning
    nachtwinkel
    nadar
    nadarafsluiting
    nadarhek
    nadatum
    naderhand
    nadien
    nadienst
    naeen
    naeve
    naevenein
    nafle
    naft
    naft gaan halen
    naftbak
    naftbus
    nafte
    naftepomp
    naftmeter
    naftpomp
    naftstation
    naftstop
    nagel
    nagel aan moeders doodskist, de ~
    nagel, de ~ op de kop slagen
    nagel, geen ~ voor aan zijn gat te krabben
    nagel, op dezelfde ~ kloppen
    nagelbuik
    nagelen
    nagelenbijter
    nagelenbuik
    nagelenknipper
    nagelnuuj
    nagelrank
    nagels met koppen slaan
    nagemaakte kledij
    nageut
    nageven, ge zoudt het hem niet ~
    nah
    nahakkelen
    naharken
    nakamp
    naken
    nakend
    nakend zijn
    nakende
    nakomeling
    nalaten
    nalatigheidsint(e)rest
    naleniet
    nalfsten
    namasté
    namiddag
    namiddagconcert
    namiddagpulling
    namiddags, ’s ~
    nammekes doen
    nannekesnest
    nannewuiten
    nanoeter
    nantoek
    naod, de ~ hebben naar
    nap
    napjaar
    Napoleonkop
    napperon
    napsjaar
    naschudden
    nat aan de haak
    nat gelegen hebben
    nat tot op zijn vel zijn
    nat, als t maar ~ is
    natie
    natie, aan de ~
    natiebaas
    natiepaard
    Nationaal Congres
    Nationaal Verbond van Frituristen
    Nationaal Werk voor Kinderwelzijn
    Nationaal Werk voor Oorlogsinvaliden
    nationale actiedag
    Nationale Bank, de ~
    nationale betoging
    Nationale Dienst voor het Debiet van het Bier
    nationale feestdag van België
    Nationale Loterij
    nationale orden
    nationale staking
    nationaliteit
    nationaliteiten
    natourcriterium
    natsprieten
    natte bulle
    naturel
    natuur
    natuur, moeder ~ roept
    natuurkundelabo
    natuurlijke afvloeiing
    Natuurpunt
    nauw aan het hart liggen
    nauwe, te ~ komen
    navelbuik
    navelneuker
    navenant
    navenante
    naverkoopdienst
    navet, de ~ doen
    navette, de ~ doen
    navetteren
    navettetrein
    navetteur
    navorming
    navorser
    nazen
    nazicht
    nazicht doen
    nazicht, groot ~
    nazinderen
    NBN
    ndoeje
    ne
    ne gelukkige
    ne keer
    ne langen swiesel
    ne oai en nen droai
    ne peut in zijn keel hebben
    ne vette foef
    ne viezen
    ne vors in zijn keel hebben
    ne zalige
    Nederlander
    Nederlands, perfect ~ spreken
    Nederlandsonkundig
    Nederlandstalige Brusselaar
    nee marres
    nee, merci
    neeje
    neel
    neem allemaal een blad papier
    neem nu dat
    neemt
    neemt uw ogen in uw hand en zie door de kotters
    neen aan
    neen zeggen aan
    neep
    neep, een ~ geven
    neer
    neerbliksemen
    neerhof
    neerhofdier
    neerkribbelen
    neerleggen, de boeken ~
    neerleggen, een wetsontwerp ~
    neerleggen, er het hoofd bij ~
    neerleggen, klacht ~
    neerpladijzen
    neerpoten
    neerstuiken
    Neet
    neeviest
    neewel
    nefast
    neffe
    neffe, neffenaf
    neffen
    neffeneen
    neffens
    neffes
    neffest
    negatie
    negen kansen op tien
    negen kansen van de tien
    negen keren op (de) tien
    negenen
    negenoger
    neger, zo bruin als ne ~
    negerinnentet
    negerken in zijn hemd
    negerkop
    negertjesengels
    negin
    neh
    néh!
    neië
    neig
    neig staan
    neig zitten
    neire
    neisteling
    nek, de ~ omwringen
    nek, een dikke ~
    nek, een dikke ~ hebben of krijgen
    nek, er met kop en ~ bovenuit steken
    nek, iemand met de stijve ~ bezien
    nek, in de ~ draaien
    nek, op zijn ~ hebben of krijgen
    nek, uit zijn ~ slagen
    nek, zich de ~ breken
    nekeer
    nekspoiler
    nektapijt
    nel
    nem
    nemen
    nemen voor, iemand ~
    nemen, een post of zender ~
    nemen, het naar ergens ~
    nemen, te ~ of te laten
    nemes
    nemes bekèns
    nemieje
    nemport wat
    nen
    nen dikke
    nen dikke boer
    nen dikke merci
    nen dikke proficiat
    nen hap en ne knap
    nen hap en ne snauw
    nen innere slapen
    nen ouwen aap moet ge geen smoelen leren trekken
    neo-unitarist
    neofiet
    neportwa
    nepsollicitant
    nepstatuut
    nergens niet
    neringdoender
    neringdoener
    nerve, op de ~
    nes
    nest
    nest maken
    nest, een ~ jong
    nest, een ~ maken
    nest, heel de ~
    nest, naar zijn ~gaan
    nestel
    nestel, zijne ~ afdraaien
    nestel, zijnen ~ afdraaien
    nesteling
    nesten, in ~
    nestklever
    net
    net omdat
    net, zo ~ als een dopke
    netebuk
    netel, op ~s zitten
    netelachtig
    netelen
    netelen, zich ~
    netflik
    netheidsactie
    netheidsdienst
    nethoofd
    nètsje
    nettas
    nette
    nettegalle
    netteke
    netten, de ~ proper houden
    netten, de ~ schoonhouden
    netzak
    netzak, een scheet in een ~
    neuk, iemand ne ~ draaien
    neuke
    neul
    neurk
    neurken
    neus binnensteken
    neus, as ge ne ~ hebt, kunt ge rieken
    neus, door de ~ geboord zijn
    neus, door de ~ praten
    neus, een ~ zetten
    neus, iemand een ~ aannaaien
    neus, ik zal uwe ~ eens tussen uw twee oren zetten
    neus, met de vingers in de ~
    neus, niet aan iemands ~ hangen
    neus, op zijn ~ krijgen
    neus, tegen uwe ~
    neus, uwe ~ overal insteken
    neus, van zijn ~ maken
    neus, veel op zijn ~ zetten
    neus, wie een ~ heeft kan rieken
    neus, zijn ~ aan het venster steken
    neus, zijn ~ binnensteken
    neus, zijn ~ daarvan tussen houden
    neus, zijne ~ achterna gaan
    neus, zijne ~ optrekken
    neusdoek
    neuske
    neuske tegen den draad
    neuskeutel
    neuste
    neusvreugde
    neuswisser
    neut
    neute
    neute van schoat
    neutebeer
    neutebuk
    neutekrakertje
    neutel
    neutelen
    neuteling
    neutelwijfke
    neuten
    neuter
    neutheuvel
    neutre
    neutterik
    neuze neuze
    neuze, door de ~ zijn
    neuzeke
    neuzeke neuzeke
    neuzekesoorlog
    neuzel
    neuzemaker
    neuzen
    neuzen in dezelfde richting
    nevel
    nevel, met de ~ in de kop
    nevenaf
    nevenbuur
    neveneen
    nevens
    nevens de deur gaan
    nevensectie
    nevenverschijnsel
    nevenwerking
    nevest
    nevralgiek
    nevralgiek punt
    New Beat
    ni
    Nicodemus
    nie
    nie neute, nie pleuje
    nie niemeer
    nie onder een dooi hen uitgebroed zijn
    nie pleuje
    Nie warm, nie wille
    nief
    niefs
    niejet
    niemand niet
    niemandal, van ~
    niemands meester, niemands knecht
    niemendalle
    niepetiene
    niercrisis
    nieringen
    niersteenverbrijzelaar
    niet
    niet aan iemands neus hangen
    niet aangeven
    niet achter zijn hielen kunnen kakken
    niet afgeven
    niet afhouden
    niet beter vragen dan
    niet bij de zijne, niet bij den heure
    niet bij kunnen
    niet dan
    niet gesmaakt worden
    niet graag gezien zijn
    niet het scherpste mes uit de schuif
    niet in uw dag zijn
    niet in zeven grachten tegelijk lopen
    niet mee omkunnen
    niet meer of
    niet naar achterom kijken
    niet panikeren
    niet plooien a.u.b.
    niet te lange trekken
    niet te piete
    niet te verletten
    niet te verschieten
    niet tegensprekelijk
    niet van een haas gepoept zijn
    niet van zijn gewoonte zijn
    niet veel geen
    niet vies gevallen
    niet voor te lachen
    niet weten dat
    niet-confessionele zedenleer
    niet-essentiële verplaatsing
    niet-homogene bevoegdheden
    niet-homogene bevoegdheidsverdeling
    niet-rokers
    niet, ijle
    nietdeug
    nietienk
    nietjesmachien
    nietjesmachine
    niets lossen
    niets onverlet laten
    niets van in huis komen
    niets van in komen
    niets verloren hebben
    niets, 't is ~
    niets, dan weet ik er ~ van
    niets, geen ... of ~
    nieuw patatjes
    nieuwe Belgen
    nieuwe bezems keren goed
    nieuwe Hollandse maatjes
    nieuwe politieke cultuur
    Nieuwe Vlaamse Arrogantie
    nieuwe Vlaming
    nieuwjaar
    nieuwjaar vieren
    nieuwjaarkezoete zingen
    nieuwjaarsavond
    nieuwjaarsbrief
    nieuwjaarsdrink
    nieuwjaarsfooi
    nieuwjaarsstronk
    nieuwjaarszingen
    nieuwjaren
    nieuwkomer
    nieuwkomersverklaring
    nieuwkuis
    nieuwloopte zijn
    nieuws
    nieuws, beter geen ~ dan slecht
    nieuws, geen ~ is goed ~
    nieuws, het ~
    nieuws, van ~ af aan
    nieuws, verkoopt dat ~ maar op een ander markt
    nieuwsanker
    nieuwsgezind
    nieuwsje
    Nieuwsnederlands
    Nieverance
    nieverans
    nieverans ni
    nieveranst
    nieveranst ni
    nievers
    nieverst
    niewaard
    nieweerd
    niewerd
    nijdig
    nijf
    nijg
    nijnagel
    nijneke
    nijpen
    nijpen, het begint te ~
    nijpen, waar nijpt het schoentje
    nijpen, ze ~
    nijper op steirt
    Nijvel, bende van ~
    nijverheid
    nikkel
    nikkel, zijn ~ is gevallen
    nikkel, zijne ~ afdraaien
    nikkel, zijnen ~ uithangen
    nikkelen Nelis
    nikkeltje, zo groot als een ~
    niknak
    niknakske
    niks in de zakken, niks in de mouwen
    niks in zijn eigen
    niks niemendal
    niks niet meer
    niks nog
    niks ook niet
    niks te bassen hebben
    niks te pannekoeken hebben
    niks van in komen
    niks van!
    niks, 't is ~
    niks, het is er ~ mee
    niks, nada, nougatbollen
    niks, twee keer ~
    niks, voor ~ nie goed meer zijn
    niksen, op ~ trekken
    nikske
    niksmendalle
    nilft
    nilte
    nink
    nip
    nippen, niet aan kunnen ~
    nipt
    nipt zijn
    nipt, op het ~
    nipt(e)
    nipte
    niptekes
    niptelle
    niptjes
    NIR
    nirken
    nis
    nit
    niveau, voeten omhoog, ~ passeert
    niveranst
    njam-njam
    nko-arts
    NMBS
    NMBS-baas
    no-gozone
    noadeil
    noaktipui
    noamdaag
    noane
    nobbelewitje
    nobbelewitjes
    Nobelprijs voor chemie
    Nobelprijs voor fysica
    nobiljon
    noch min noch meer
    noch mossel, noch vis
    nochtans
    nocturne
    noden
    noeats, oeats
    noedelkapsel
    noemen
    noemt
    noen
    noen, op de avond en de ~
    noene
    noeneke
    noeneten
    noenetukje
    noenstond
    noenzon
    noes
    noëschool
    noesem
    nog
    nog geen beetje
    nog geen klein beetje verlegen zijn
    nog geen lamp kunnen doen branden
    nog goed bij den uwe zijn
    nog goed zijn
    nog nie
    nog niet
    nog niet rap content zijn
    nog niet tot iemands enkel komen of reiken
    nog niet voor morgen zijn
    nog niet voor vandaag zijn
    nog volgens
    nog zo ne klop, en ...
    nogal eens
    noi
    Noirauds, les ~ de Bruxelles
    noks
    noktepietje
    nol
    nolverlinge
    non-priorpostzegel
    non-priorzegel
    non-priorzending
    nondedekke
    nondedikke
    nondedju
    nondedjuke
    nondedzjol
    nondemiljaardedju
    nondepie
    nonk
    nonkel
    nonkel Bob, de ~
    nonkel Henri
    nonkel paster en tante maseur
    nonkel pater
    nonkel, foute ~
    nonkel, plezante ~
    nonkel, zatte ~
    nonkeltje, eerst ~ dan nonkeltjes kinderen
    nonnebil
    nonnekesgeld
    nonnekesschool
    nonnenscheet
    nonnepietje
    nonnesjwalke
    nonsensicaal
    noob
    nood
    nood hebben aan
    nood, iemand uit de ~ helpen
    noodcentrale
    noodfrein
    noodnummer
    noodoproep
    nooit content zijn
    nooit geen
    Nooit meer oorlog
    nooit niet
    nooit niet iets
    nooit niets
    nooit ofte jamais
    nooit ofte nooit
    Noord-België
    Noord-Nederlands
    noorden, het ~ verliezen
    noorderbuur
    Noordersingel
    noorderwind, oosterwind, zuiderwind, westerwind
    noordkriek
    noot
    noot, een ~ kosten
    nop
    noppes
    nor
    normaal gebouwd
    normaal gezien
    normaalonderwijs
    normaalschool
    normalerwijs
    noselijk
    noskes
    nösselijk
    noste
    nostejare
    nosteweke
    nota
    nota`s nemen
    notaboekje
    notarisziekte
    notelaar
    notelaren
    noten met gaatjes
    notenleer
    notere, de ~ en de votere
    nothing in de podding
    notie
    notionele interestaftrek
    notrendam
    nou
    nougabollen
    nougat
    nougatballen
    nougatbollen
    nouis
    nout
    nouveauté
    novemberviering, 11 ~
    novenant
    nowers
    nozel
    nt
    nu
    Nu content?
    nu dat
    nuantie
    nuchtend
    nuchtijnk
    nucleaire rente
    nuën
    nuetersjaang
    nugger, niet van de ~sten
    nugtend
    nuits
    nul
    nul de nul
    nul op
    nul-risico
    nul, van ~ beginnen
    nuldebotten
    nulle
    nulmatch
    nulmeridiaan, denken dat de ~ door zijn gat loopt
    nuloperatie
    nultolerantie
    numero
    nummer honderd
    nummer, groen ~
    nummero
    nummerplaat
    nummerplaatherkenning
    nuneke
    nunne
    nunnebille
    nunnesleppe
    nurfen
    nurges
    nurk
    nurkpot
    nuselijk
    nut
    nutri-score
    Nuts City
    nuts, ne ~
    Nutteloze Borden
    nuuj sjoon, de ~ aanhubbe
    nuujs ‘t ~
    nuus
    nuusjt
    NV België, de ~
    nylons

    Nieuwe versie!
    Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze GitHub.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.