Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'z'

    za ze zi zj zn zo zu zw

    De volgende 926 termen in onze databank beginnen met 'z':

    z-plaat
    za
    zaad
    zaad, blijven staan voor ~
    zaad, op droog ~ zitten
    zaag
    zaag, een ~ kunnen spannen
    zaag, een ~ spannen
    zaagkous
    zaagstem
    zaagt tegen de wormen
    zaaiken
    zaak, goed bij de ~ zijn
    zaak-Koekelberg
    zaakvoerder ~ster
    zaal
    zaal, de ~ doen
    zaalquiz
    zaalverantwoordelijke
    zaan
    zaasie
    zaat
    zaatte kal
    zabberaar
    zabberen
    zabberstok
    zabbertrien
    zagebees
    zageman
    zagemeel
    zagemie
    zagemul
    zagen
    zager
    zagerig
    zagevent
    zaj
    zak
    zak, blaas(t) mijn(e) ~ op
    zak, houd uw ~ken maar dicht
    zak, ieder zorgt voor zijn eigen ~
    zak, in ’t ~ gezet worden
    zak, in ’t ~ zetten
    zak, in dezelfde ~ steken
    zak, in zijn ~ schieten
    zak, naar de ~ zijn
    zak, onder de ~ gaan
    zak, onder de ~ lopen
    zak, op zijn ~ zitten
    zak, voor de ~
    zak, zijnen ~ vegen aan
    zak, zijnen ~ vullen
    zakdoek, een ~ groot
    zakdoek, op een ~ bij elkaar
    zaken, ergens geen ~ mee hebben
    zaken, in lopende ~ zijn of gaan
    zaken, van twee ~ één
    zakencijfer
    zakenmidden
    zakens
    zakes
    zakken jongen
    zakken onder de ogen
    zakken, diepe ~ hebben
    zakken, tast nu mijn ~ af
    zakneusdoek
    zakouski
    zakpijn
    zaksel
    zal het gaan, ja?
    zalf
    zaligheid, iemand zijn ~ geven
    zalla
    zalle
    zalmeffect
    zalozie
    zalven, slaan en ~
    zand, moet er nog ~ zijn
    zandbak
    zandschel
    zandstuiver
    zandviske
    zangcrochet
    zangfanfare
    zangkrosji
    zangstonde
    zante
    zanten
    zantje
    ZAP
    zapdoos
    zapper
    zat, ge moet niet ~ zijn voor te zeveren
    zat, zo ~ als een kanon
    zat, zo ~ als een patat
    zat, zo ~ als een Zwitser
    zat, zo ~ als honderdduizend man
    zatsel
    zatte
    zatte fles
    zatte kul
    zatte nonkel
    zattekes
    zattekul
    zattepraat
    zatterik
    zattigheid
    zauf
    zavel
    zavelenberg
    z’n toenge pelln
    ze
    ze (iets) kakken
    ze bijeen doen
    ze heeft heur schorte vul
    ze rijden weeral
    ze smijten ze met bussen binnen
    ze stond van achtern in de reke oat het verstand uutgedeeld wierd
    zebber
    zebber in pakskes
    zebberen
    zebedees
    zedder
    zedenleer
    zedenleer, niet-confessionele ~
    zee, de ~
    zee, de ~ kunnen uitdrinken
    zeebanket
    zeedijk
    zeekanaal
    zeekieke
    zeeklas
    zeeklassen
    zeel
    zeel, aan hetzelfde ~ trekken
    zeel, het ~ aanhebben
    zeem
    zeem aan zijn baard strijken
    zeemen
    zeemtette
    zeemvel
    zeemzoet
    zeep, om ~ zijn
    zeepbaron
    zeepsmoel
    zeeptrien
    zeeptrut
    zeer
    zeerat
    zeere
    zeescout
    zeescouts
    zeeslets
    zeesluffer
    zeevarkske
    zeevruchten
    zeewijding
    zeezegening
    zeezemienen
    zeg, zijne ~ doen
    zegde
    zegedronken
    zegel
    zegel, kleef~
    zegezeker
    zeggen
    zeggen tegen
    zeggen, aan te ~ hebben
    zeggen, ’t is te ~
    zeggen, en ~ dat
    zeggen, er iets tegen ~
    zeggen, er niets aan te ~ hebben
    zeggen, gelijk als dat ze ~
    zeggen, het hem gaan ~
    zeggen, het is te ~
    zeggen, komen te ~
    zeggen, weinig van ~
    zeggens
    zeggingsschap
    zehbi
    zeik van boere mie
    zeik vuren
    zeikbujel
    zeiker
    zeikkous
    zeikkouse
    zeikmoeier
    zeikpaal
    zeikton
    zeikworm
    zeil
    zeilsteen
    zeisel
    zejer
    zeken
    zeker
    zeker en vast
    zeker van zijn stuk zijn
    zeker zijn dat
    zeker, het ~ zijn
    zekering
    zelden, raar of ~
    zelfbedruipend
    zelfbevraging
    zelfklever
    Zelfmoordlijn
    zelfroller
    zelfstandige in bijberoep
    zelfstandigenstatuut
    zelfwaarde
    zelfzeker
    zelle
    zemelaar
    zemelen
    zemelenknoper
    zemelgast
    zemelkont
    zemels
    zemeltrees
    zemelzeiker
    zemen
    zemenvel
    zemer
    zemerij
    zemig
    zempot
    zen
    zending
    zending, de ~
    zene
    zeneweeën
    zenne
    zennen
    zentje
    zenuwen, een pak ~ zijn
    zeppe
    zere
    zereloper
    zerk, in zijn ~ kruipen
    zero emissie bonus
    zerp
    zerpig
    zes van Antwerpen
    zesrib
    zessen
    zesser
    zestien, de ~
    zet u
    zetel
    zetel, het stof van de ~ doen
    zetel, in een ~
    zetel, vanuit uw luie ~
    zetelen in
    zetelhanger
    zetelklever
    zetellift
    zetelpatat
    zetten
    zetten, de tafel ~
    zetten, in haar 8 dagen ~
    zetten, op een hoop ~
    zetten, uit de wind ~
    zetten, zich ~
    zettersprijskamp
    zeu
    zeuj
    zeulle
    zeune
    zeup
    zeup, een ~ krijgen
    zeup, iemand een ~ geven
    zeur
    zeur, de soep is ~
    zeurare
    zeuren
    zeurg
    zeurzak
    zeven cens en half
    zeven dagen op zeven
    zeven op zeven
    zeven scheten groot zijn
    zeven, praat voor ~
    zevende knoopsgat, van het ~
    zevenen
    zevenendertigste knoopsgat
    zevenenhalf
    zevenoog
    zevenste, negenste, elfste, twaalfste
    zeventeen
    Zevenzussenbolder
    zever
    zever in pakskes
    zever verkopen
    zever, dat is gene ~
    zever, dikke ~
    zever, flauwe ~
    zeveraar
    zeverderij
    zeveren
    zeveren, ge moet niet zat zijn voor te ~
    zeverlap
    zezjipke
    ziboelateur
    zibuleren
    zich aan een gewijde kaars verbranden
    zich aanbieden
    zich aankondigen als
    zich aardig voelen
    zich ambaleren
    zich begaaien
    zich geviseerd voelen
    zich goed hebben
    zich houden
    zich hukken
    zich in de handen wrijven
    zich laten doen
    zich laten gevoelen
    zich niet van de impressie kunnen ontdoen
    zich niet van de indruk kunnen ontdoen
    zich nuttig en in stilte bezighouden
    zich opjagen
    zich trumperen
    zich van iets of iemand vergissen
    zich verdoen
    zichel
    zicht
    zicht, geen ~
    zicht, op het eerste ~
    zicht, voor ’t ~ van de mensen
    zichtbaarheid
    zichtkaart
    zichtrekening
    zichzelf kwijtspelen
    zie
    zie (dat) eens af
    zie dat
    zieder
    ziedes se
    ziek aan uw kriek
    ziek vallen
    ziek, in hetzelfde bedje ~
    ziekebusse
    ziekel
    ziekenbond
    ziekenbrief
    ziekene
    ziekenhuis, universitair ~
    ziekenkas
    ziekenkasbrilleke
    ziekte, slepende ~
    ziekte, vuil ~
    ziektebriefje
    ziektes
    ziel, de ~ uit zijn lijf
    ziel, drinken tot zijn ~ zwemt
    ziel, staan zien alsof zijn ~ uit zijn gat komt
    ziel, zijn ~ afdraaien
    ziele, lauwe ~
    zielepoot
    zielsgenoot
    zielstuk
    zieltje, het zal zijn ~ niet baten
    zieltjes roven
    ziemelap
    zien
    zien achter iets of iemand
    zien komen
    zien, (niks) mee te ~ hebben
    zien, daar zullen er veel naar komen ~
    zien, dat zult ge altijd ~
    zien, er niet naast kunnen ~
    zien, iemand niet kunnen rieken of ~
    zien, klaar ~ in iets
    zienlinge
    ziens, van ~ kennen
    ziep oen aan boeik (en de dei uit)
    zieta
    zieveren
    zift
    zij
    zij niet bang
    zij, wat er ook van ~
    zij, zijt
    zijbaar
    zijg
    zijinstromer
    zijmeet
    zijn bakkes afspelen
    zijn benen onder tafel steken
    zijn broek niet kunnen toehouden
    zijn broek scheuren
    zijn devoren doen
    zijn draai niet vinden
    zijn eigen
    zijn eigen missen
    zijn flesche gesturt
    zijn gat schufelt
    zijn gat toenijpen
    zijn goebe gaan
    zijn haak in slaan
    zijn ik
    zijn kamp doen
    zijn kazak keren
    zijn klak naar de wind zetten
    zijn kont in de haag steken
    zijn lepel wegsmijten
    zijn madam
    zijn onschuld uitschreeuwen
    zijn oren stellen
    zijn pakken maken
    zijn pap koelen
    zijn sjieke uitspugen
    zijn sleppen scheuren
    zijn stomme muizen die maar een gat hebben
    zijn, denken het te ~
    zijn, er bij ~
    zijn, het weten ~
    zijne kant afrijden
    zijne neus achterna gaan
    zijne nikkel afdraaien
    zijne(n), hare(n)
    zijnen das volkloppen
    zijnzelf
    zijpgat
    zijstreep
    zijt hem
    zikkel
    zikkelen
    zille
    zille, voor de ~ betalen
    zilm
    zilte
    Zilverfonds
    zilverpapier
    zimmen
    Zimmertoren
    zin, krom ~ hebben
    zin, van ~ zijn
    zindelijk
    zinder, een ~ op hebben
    zindering
    zindlijk
    zingen
    zingen, nieuwjaarkezoete ~
    zingen, zo vals ~ als een kat
    zingende kinderen
    zingzak
    zinken
    zinneke
    Zinneke Parade
    zinnens
    zip
    zip, in zijn ~ slaan
    zipke
    zippebuiltje
    zipzak
    zit
    zit, daar ~ niet veel in
    zitdag
    zitje
    zitpenning
    zitstaking
    zitten
    zitten te
    zitten, aan een tafel ~
    zitten, er achter ~
    zitten, er goed voor ~
    zitten, er voor (n)iets tussen ~
    zitten, erdoor ~
    zitten, erin ~
    zitten, erop ~
    zitten, gaan ~
    zitten, het ~ hebben
    zitten, hij heeft het ~
    zitten, iemand ~ hebben
    zitten, in bekort ~
    zitten, op iets ~ houden
    zitten, zo heb ik het ~
    zittend gat, geen ~ hebben
    zittijd
    zizanie
    zjaak
    zjaar
    zjaar, in de ~ van
    zjaaremme
    zjaarkloot
    zjaartrut
    zjaarvent
    zjaarwijf
    zjakkedijzen
    zjaloes
    zjaloesegatterij
    zjamè
    zjambaar
    zjamo
    zjanessen
    Zjang
    zjang geven
    zjanol
    zjanollen, naar de ~
    zjant
    zjapwater
    zjaremaker
    zjaren, er neffe ~
    zjas
    zjat
    zjatte
    zjatten en talloren
    zjeeën
    zjeer
    zjeir
    zjeire affeceren
    zjelap
    zjeleven, van ~
    zjestekakkere
    zjeverlap
    zjipke
    zjipla
    zjizjipke
    zjo
    zjoê
    zjoën
    zjodderen
    zjoeberen
    zju(u)sj
    zjume
    zjumenas
    zjust goe
    zjust te goei
    zjuust ik en gie
    zjuzjuppeke
    zjuzzekestijd
    zjuzzekeszalf
    zjwaegel
    zjwaegeldeuske
    zjwaegelsjtekse
    zjwartbroead
    zn/aar pote ni tuis kunne ave
    zo
    zo good wie nuuj
    zo heb ik het zitten
    zo kinds als ne pieper
    zo kloot men Jacob
    zo lang dat
    zo laten
    zo mager als een graat
    zo net als een dopke
    zo plat als een vijg
    zo rap als dat het hagelt en waait
    zo sterk als een klein paardeke
    zo vals zingen als een kat
    zo zijn
    zo zoet als brak
    zo zuur als brak
    zo zwart zien als molleke aan zijn gat
    zo'n
    zo'n erg
    ZOA
    zoajgboar
    zoals de moesj staat
    zoals een hond op een zieke koe staan kijken
    zoamets
    zoantse
    zoate
    zo’n
    zocht
    zochte zijn
    zochtje
    zodra, van ~
    zodus
    zoeën
    zoeg
    zoej
    zoeken te
    zoekertje
    zoekmotor
    zoektocht
    zoelte
    zoen-en-vroem-zone
    zoenzone
    zoepe, zich eine goan ~
    zoepes
    zoepes en vraetes
    zoer brod
    zoer trien
    zoermoos
    zoervleisj
    zoet
    zoet, de soep is te ~
    zoetaan tijd
    zoete min
    zoete, er ~ mee zijn
    zoeteke
    zoetekoek
    zoetekoeksdoos
    zoetekoekske
    zoeteminneke
    zoetemond
    zoetemondje
    zoetepap
    zoeterig
    zoeteweg
    zog
    zogauw
    zogezag
    zogezegd
    zojjen
    zok
    zok een
    zolderbrol
    zolle
    zologie
    zomer, putje van de ~
    zomerbobcampagne
    zomerhuis
    zomerkleed
    zomerkulten
    zomersolden
    zomeruur
    zomerzot
    zompelinge
    zon
    zon of maan niet meer weten staan
    zon, mijn ~
    zona
    zonaal
    zondag
    zondag houden
    zondag, alle dagen ~ en kermis in de week
    zondagpastoor
    zondagse kleren
    zonde, er ~ van maken
    zonder (te) verpinken
    zonder dank
    zonder dat er iets van aan is
    zonder erg
    zonder fout
    zonder iets
    zonder muziek
    zonder niets
    zonder vaar of vrees
    zonder vallen
    zonder voorgaande
    zonder, ’k weet ~
    zone
    zone 30
    zone 30-bord
    zone Bruno
    zone, groen ~
    zonen, x zendt zijn ~ uit
    zonenummer
    zonevreemd
    zonk
    zonne
    zonne of zolle
    zonneklop
    zonnekloppen
    zonneklopper
    zonneneine
    zonneslag
    zonnetent
    zoo
    zooien
    zooikoorts
    zoologie
    zoor
    zootje
    zop
    zoppenat
    zorg
    zorgbehoevendheid
    zorgen
    zorgen, de eerste ~ toedienen
    zorgen, de enige van mijn ~
    zorgen, de laatste van mijn ~
    zorgen, het minst(e) van mijn ~
    Zorgfonds, Vlaams ~
    zorgkas
    Zorgkas, Vlaamse ~
    zorgverzekering
    zorgvolmacht
    zot
    zot geboren en onnozel gewiegd
    zot geval
    zot op
    zot staan van iemand
    zot zijn doet geen zeer
    zot zijn op iets of iemand
    zot, ’t oud ~
    zot, ’t ~ hebben
    zot, er ~ van worden
    zot, het vliegend ~
    zot, het zijn ~ten die werken
    zot, het ~ in de kop
    zot, ieder kent zijne ~
    zot, iemand voor de ~ houden
    zot, onnozel geboren en ~ gewiegd
    zot, te ~ om los te lopen
    zot, tussen lomp en ~
    zot, van ’t ~ zijn
    zot, veel beloven en weinig geven doet de zotten in vreugde leven
    zot, veel te goed is half ~
    zot, voor ~ gezet worden
    zot, voor ~ staan
    zot, zich ~ laten maken
    zot, zo ~ als een achterdeur
    zot, zo ~ als een mus
    zot, zo ~ als Tielebuis
    zot, zo ~ als zijn muts staat
    zotdraaien
    zotgat
    zothoofd
    zothuis
    zotje
    zotte clown
    zotte doos
    zotte kosten
    zotte kuren
    zotte mutse
    zotte toeren doen
    zotte vlaai
    zotteke
    zottekeskot
    zottekesspel
    zotteklap
    zottekoente
    zottekot
    zottemie
    zottemutse
    zotten, alle ~ op ne kapstok
    zotten, er lopen meer ~ los dan dat er vastzitten
    zottenhuis
    zottenstad
    zottinnekoek
    zout op zijn patatten niet verdienen
    zout op zijn staart leggen
    zout, een grop ~
    zout, snuifje ~
    zoutcommissaris
    zoutemondje
    zoutzak
    zouw
    zoveelst te
    zover, bij ~re dat
    zubbetutte
    zucht, op een ~ van
    Zuid-Nederlands
    Zuiddag
    zuiderbuur
    zuiders
    zuignap
    zuipbus
    zuiper
    zuipnat
    zuipzombie
    zuiveringsstation
    zul
    zulder
    zulkdanig
    zulle
    zullemaarte
    zullen het moeten kunnen
    zulling
    zun
    zun bobbiene is of
    zun, dat is ~
    zunj
    zunne
    zunneblomme
    zunt
    zunt, er ~ van maken
    zupendenat
    Zurenborg-Vlaming
    zurkel
    zurkeltrutte
    zuster
    zusterke, als ik zo’n ~ had, dan maakte ik m'n broertjes zelf
    zusterpartij
    zut
    zuupteele
    zuursaus
    zuurstek
    zuurstekkenspijs
    zuurstof geven aan iets
    zuurstofplan
    zuut
    zuutekes
    zuuver make
    zwaai
    zwaaikes
    zwaaikes doen
    zwaantje
    zwaar geval
    zwaar wegen, ~ op
    zwaars
    zwadder, op de ~ gaan
    zwadderen
    zwaddervat
    zwak
    zwalm
    zwalpei
    zwalpen
    zwalper
    zwam
    zwam geven
    zwans
    zwans, voor de ~
    zwanselen
    zwanworstje
    zwanzen
    zwanzer
    zwanzerik
    zwart
    zwart geld
    zwart goed
    zwart kruispunt
    zwart punt
    zwart verkeersweekend
    zwart zien
    zwart zien van het volk
    zwart, zo ~ zien als molleke aan zijn gat
    zwarte
    zwarte beest
    Zwarte Duivels
    zwarte frak
    zwarte pens
    zwarte Pol
    zwarte rek
    zwarte school
    zwarte school houden
    zwarte triepen
    zwarte trippen
    zwarte zondag
    zwartefrakkenmuziek
    zwarterik
    zwartzak
    zwats
    zwatsen
    zwee
    Zweedse coalitie
    zweeppartij
    zweerezze
    zweet, in 't ~ staan
    zweetpateekes
    zweingelen
    zwelgen
    zwelgstje
    zwelmer
    zwembrevet
    zwemdok
    zwemgeneuk
    zwemkom
    zwemkostume
    zwemmen
    zwemmers
    zwemming
    zwemzak
    zwenselen
    zwerfauto
    zwerfwagen
    zwes
    zwet
    zwet, u ergens ~ oep stuëren
    zwetlambeir
    zwetsen
    zwette
    zwette, vuile ~
    zwetterik
    zwibberen
    zwibberen, ermee ~
    zwien
    zwien onnozel dronken
    zwiene rowelle
    zwienekaarte
    zwieneschoe
    zwienesteke
    zwienewegel
    zwienewild
    zwientje
    zwiep
    zwier
    zwier, op de ~ gaan
    zwierder
    zwierelen
    zwieren
    zwieren, erop ~
    zwierentouter
    zwierlafleur
    zwiermolen
    zwierschakel
    zwierschakelen
    zwieter
    zwijg stil
    zwijgen als vermoord
    zwijgen gelijk een vis
    zwijgen kan niet verbeterd worden
    zwijgen tot men zweet
    zwijgen, ’t ~ is aan haar of hem
    zwijger, elders de plezantste, thuis de ~
    zwijn, het ~ door de bieten jagen
    zwijn, het ~ uithangen
    zwijnselen
    zwijntje
    zwik
    zwik, grote ~ zijn
    zwik, lange ~
    zwik, met een ~ gaan
    zwikken
    zwikzwak
    zwilgske
    zwinebeier
    zwing
    zwingel
    zwingel, aan de ~ houden
    zwingel, lange ~
    zwingelkes
    zwingen
    zwitser, een stuk in zijne ~
    Zwitser, zo zat als een ~
    zwoake
    zwollever
    zwolm
    zwong
    zwong, in de ~ houden
    zwoon
    zwosj

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.