Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'a'

    1. aa (305)
    2. ab (35)
    3. ac (147)
    4. ad (19)
    5. ae (5)
    6. af (415)
    7. ag (11)
    8. ah (3)
    9. ai (4)
    10. aj (16)
    11. ak (41)
    12. al (176)
    13. am (84)
    14. an (87)
    15. ao (2)
    16. ap (77)
    17. ar (104)
    18. as (57)
    19. at (21)
    20. au (50)
    21. av (37)
    22. aw (9)
    23. az (12)

    De volgende 1610 termen in onze databank beginnen met 'a':

    a
    a bas la calotte
    à l`improviste
    a la bonne heure
    a la dur
    a la limite
    à la tête du client
    a la tête du client
    à peu près
    a rato van
    à volonté
    a-aa
    A-attest
    A-kern
    a-la-bonheur
    a-la-façon
    A.V.V.
    AA en IE en OE
    aa, aawe
    aaërs
    aafgaeve, zich ~ mèt
    aafhouwe
    aafroetsje
    aah
    aai, in een ~ en een draai
    aais
    aakster
    aalkarteel
    aalput
    aalt
    aan
    aan alle mooie liedjes komt een eind
    aan alle schone liedjes komt een eind
    aan boord leggen
    aan de grondslag liggen van
    aan de kap liggen met
    aan de klap
    aan de klap blijven
    aan de lichten
    aan de natie
    aan de pluimen kent men de vogel
    aan de rappe zijn
    aan de rekker hangen
    aan de ribben (blijven) plakken, kleven
    aan de ribben plakken
    aan de Schelde
    aan den dop staan
    aan den ene kant
    aan den ols
    aan dingelen
    aan een tafel zitten
    aan een tempo
    aan en aan
    aan herstelling toe
    aan het ges houden
    aan iemand zijn
    aan iets zijn
    aan je viool
    aan of omtrent
    aan te nemen, bijna niet ~
    aan tijd
    aan zijn broek houden
    aan zijn plafond zitten
    aan, er ~ zijn
    aan, van ~ zijn
    aan, zich interesseren ~
    aanaarden
    aanaavende
    aanbakken
    aanbakselrest
    aanbelangen
    aanbieden, zich ~
    aanbieder, historische ~
    aanbieding, in ~
    aanbollen, komen ~
    aanbrengen aan
    aanbusselen
    aandacht
    aandacht trekken op
    aandacht, de ~ trekken op
    aandacht, de ~ weerhouden
    aandachtig worden voor
    aandampen
    aandienen
    aandienen, zich ~
    aandikken
    aandoen
    aandoen, dich ~
    aandoening, onderliggende ~
    aandoon, zich ~
    aandrang, met ~
    aandraven, komen ~ met
    aanduffelen
    aanduiden
    aanduiding
    aaneen
    aaneen-
    aaneenaan
    aan­een­brei­en
    aaneenhangen
    aaneenkoeken
    aaneenpinnen
    aaneenplakken
    aaneenpraten
    aaneirden
    aanfronsen
    aangaan
    aangebrand
    aangedaan
    aangegaan
    aangegeven
    aangeladen
    aangemaakt zijn met
    aangesanderd zijn
    aangespoelde
    aangesteveld komen
    aangestoten komen
    aangetakeld van de kapel
    aangetrouwd is aangescheten
    aangeven
    aangeven, niet ~
    aangevezen
    aangewezen
    aangroeipremie
    aanhaken
    aanhalen
    aanhamen
    aanhang
    aanhangen
    aanhangen, er ~
    aanhangwagentje, het ~ zijn
    aanhebben, iets ~ van iemand
    aanhechten, zich ~
    aanhoren
    aanhorigheid
    aanhouden
    aanhouden met
    aanhouder
    aanhouderij
    aanhoudingsmandaat
    aanhoudster
    aanjeiren
    aankijken, uzelf ~
    aanklagen
    aanklampend beleid
    aanklappen
    aanklavetteren
    aankleven
    aanknopen met
    aankomen
    aankomen, van ver horen ~
    aankomend(e)
    aankomstlijn
    aankomststrook
    aankondigen, zich ~
    aankondiging
    aankondigingsbeleid
    aankondigingsblad
    aankondigingspolitiek
    aankoopverantwoordelijke
    aankorten
    aankunnen
    aanlaaien
    aanladen
    aanleg, rechtbank van eerste ~
    aanleggen
    aanlegplan
    aanleiden
    aanleunen bij
    aanloggen
    aanloopleren
    aanlooples
    aanloopwagen
    aanmaken
    aanmeten, zich iets laten ~
    aanpakken
    aanpakken, iemand goed ~
    aanpassingsklas
    aanpikken (bij)
    aanplakbrief
    aanplakken, het er laten ~
    aanporren
    aanranden
    aanranding
    aanranken
    aanrekemmedere
    aanrekenen
    aanrekening
    aanroepen
    aans
    aanschieter
    aanschijn, het ~ van
    aanschuiven
    aansingelen
    aansjtoeaten, (aansjtoeate)
    aanslagbrief
    aanslagen
    aanslagjaar
    aanslagvoet
    aansleep
    aanslepen
    aanslijper
    aansluieren
    aansmeren
    aansmeren, een nederlaag ~
    aansmodderen
    aanspelen
    aansprakelijkheid, burgerlijke ~
    aanspringen
    aansteken
    aansteker
    aanstesselen, komen ~
    aanstoken, op ~ van
    aanstootgevend
    aanstormen
    aanstoten
    aantakelen
    aantal, in ~
    aantijden
    aantijdens
    aantijds
    aantijgening
    aantoortelen
    aantrek hebben
    aantrekken, iemand ~
    aantrekken, zich niet van ~
    aantrekken, zijn eigen van niets iet ~
    aantrok
    aantujetelen
    aanvaarden
    aanvaarding
    aanvaardingsplicht
    aanvang, van bij de ~
    aanvangen
    aanvaringskoers, op ~ zitten
    aanvatten
    aanvijzen
    aanvil
    aanvliegen
    aanvoelen, naar eigen ~
    aanvraag, op algemene ~
    aanvragen
    aanwerven
    aanwerving
    aanwervingsdienst
    aanwervingslokaal
    aanwervingspremie
    aanwervingsreserve
    aanwervingsstop
    aanwezigheidsblad
    aanwezigheidslijst
    aanwezigheidsregister
    aanzetten
    aanzichte
    aanzien als
    aanzien voor
    aap met ne pyjama
    aap, als ge een ~ stuurt, krijgt ge een aap terug
    aap, den ~ uithangen
    aap, den ~ van het spel
    aap, een ~ in zijn kloten bijten
    aap, een floeren ~ schijten
    aap, in den ~ gelogeerd zijn
    aap, koude ~
    aap, nen ouwen ~ moet ge geen smoelen leren trekken.
    aap, voor den ~ houden
    aap, zijn eigen een floeren ~ verschieten
    aar
    aard
    aard, dat is den ~ niet
    aard, den ~ naar geen vreemde
    aard, het heeft ~
    aard, iets in dien ~
    aard, van ~ zijn om
    aardbeienconfituur
    aarde aan de dijk brengen of zetten
    aarde, geen ~ aan de dijk zetten
    aarde, geen ~ genoeg hebben om een put te vullen
    aarde, over ~ liggen
    aarden
    aardeweg
    aardig
    aardig, zich ~ voelen
    aardigaard
    aardige klap vertellen
    aardige, nen ~
    aarendeupke
    aarentrapper
    Aarschottenaars
    aarsgat
    aartjoen
    aarts-
    aartsgevaarlijk
    aartsmoeilijk
    aartsoen
    aas
    aasaard
    aaszak
    aat
    aat, ave
    aazaard
    AB
    ababbel
    abajaak
    abanenk
    abatoet
    abattement
    abazjoer
    abbajoer
    abces
    aberniks
    aberratie
    abie
    abiemen
    abij
    abjaar
    abn-kernen
    abo
    aboepertant
    abollig
    abondance
    abortuskwestie, de ~
    abrasief (abrasion)
    abri
    abrikozelaar
    absènces nemen
    absenties nemen
    abstractie maken van
    Absurdistan
    abumeren
    abuseren
    abuus
    abuuselijk
    academicus
    academie
    academiejaar
    academisch jaar
    academische zitting
    acajou
    accapareren
    accent circonflexe
    accessiet
    accident
    accident, wreed ~
    accidenteel
    accidentisme
    accidentje
    accidentologie
    accijnzen
    accordeonbus
    accordeondeur
    accordeonfile
    accordeonmap
    accorderen
    accordeur
    ach, zich in ~ numme (veur)
    achesjteveure
    achillespees
    acht dagen
    acht, in ~ liggen
    acht, over ~ dagen
    achten
    achter
    achter de hoek
    achter de IJzer
    achter de molen zitten
    achter heg en steg
    achter horen
    achter iemand bezig zijn
    achter iemand doen
    achter iets gaan
    achter iets of iemand kijken
    achter iets of iemand wachten
    achter iets of iemand zoeken
    achter komen, er mogen er veel ~
    achter niets of niemand kijken
    achter uw gat
    achter zijn orgel
    achter, naar ~ gaan
    achter, tien ~ drie
    achter, vragen ~
    achter, wachten ~
    achter, zoeken ~
    achteraan in het peloton
    achteraan spelen
    achteraf niet komen zagen
    achterbendel
    achterbouw
    achterdenken
    achterdeur, aan de ~
    achterdeur, langs de voordeur binnen en langs de ~ weer buiten
    achterdeur, niet aan de ~
    achterdeur, zijn ~ openzetten
    achterdeur, zo zot als een ~
    achterdoen
    achterdoender
    achterduims
    achtereen
    achtergaan
    achterhesp
    achterkeuken
    achterkeukenpolitiek
    achterklap
    achterkoer
    achterkomer
    achterkomerke
    achterkozijn
    achterlijs
    achtermiddag
    achternadoen
    achternahakkelen
    achternahinkelen
    achternahinken
    achternakijken
    achternakomen
    achternakomertje
    achtername
    achternoen
    achternoene
    achternoeneboer
    achterom, hennen ~ zien
    achteromkijken, niet naar ~
    achterophinken
    achterover klaaien
    achterplan
    achterplan, zich op het ~ houden
    achterpoort
    achterpoortjes, de ~ van de wet
    achterruitontdooiing
    achterstaan
    achterstal, van den ~ zijn
    achterstel
    achterstevoor
    achteruit
    achteruit slikken
    achteruit zijn
    achteruit zijn met iets
    achteruitscharten
    achteruitscharten lijk de hennen
    achteruitstellen
    achteruitstelling
    achteruittrapfrein
    achtervolgingskoers
    achterwaarsterigge
    achterwaarts in de poes naaien
    achterwaartsjaars, in 't ~
    achterwege
    achterwinter
    achterwoareege
    achterwoarsterigge
    achterzak, in de ~ zitten
    achterzetel
    achterzicht
    achterzoeken
    achtje
    achtkanter
    achttienmaander
    achturendag
    acteren
    actie, in ~ schieten
    actief, iets op het ~ schrijven
    actief, iets op zijn ~ hebben
    Actieplan Groene Warmte
    actieve bevolking
    actieve welvaartsstaat
    activeren
    activiteitsgraad
    activiteitsjaar
    actua
    actuaprogramma
    ad fundum
    ad valvas
    adamszakdoek
    adem, buiten ~ trappen
    adem, op zijn ~ trappen
    aderspat
    ad­ju­dant
    adjudant-chef
    adjudant-majoor
    administratie
    administratief
    administratieve aanhouding
    adminstratieve boete
    ADOO
    adoptieklas
    adrem-gehalte
    adrij
    adviserend geneesheer
    aekendoet
    aerosollen
    aese
    aeve
    aevezogood
    af
    af elkaar
    af te rekenen hebben met iets
    af zijn
    af- (volt.deelw.) komen
    af, (hoor of zie) dat ~
    af, het is ~
    afbatteren
    afbetalingsplan
    afbieden
    afbiezen
    afbijten, iemand de kop afbijten
    afbiljarten
    afblekken
    afblekker
    afblotten
    afbollen, het ~
    afbonjouren
    afboorden
    afboren, het ~
    afborsteling
    afbotten
    afbouwen
    afbraak
    afbreken, het kot (niet) ~
    afcachen
    afcentiem
    afcrossen
    afdak, goed gerief hangt onder een ~
    afdampen
    afdanken
    afdanking
    afdankingsbrief
    afdankingspremie
    afdaven
    afdekbache
    afdekken
    afdelingsoverste
    afdelingsverantwoordelijke
    afdienen
    afdjokken
    afdoen
    afdoen als
    afdoen, bomen ~
    afdoen, bossen ~
    afdoen, de tafel ~
    afdoen, het zal mijn kop nog wel ~
    afdokken
    afdraai
    afdraaien
    afdraaien, een wiel afdraait
    afdraaien, zijn kas ~
    afdraaien, zijn nestel ~
    afdraaien, zijn ziel ~
    afdraaien, zijne nikkel ~
    afdreigen
    afdreiging
    afdrogen
    afdroger
    afdweilen
    afeen
    affaire
    affaire hebben
    affaire, een goei, slecht ~
    affaire, er geen ~ mee hebben
    affaire, kostelijke ~
    affaire, wat een ~
    affairens
    affaires
    affairisme
    affeceren
    affeceren, zich ~
    affectatie
    affecteren
    affel
    affelschroet
    affer
    affeseren
    affeturen, zich ~
    afficheren
    affirmatief
    affront
    affront, een ~ voor een compliment nemen
    affrontelijk
    affronten, in ~ vallen
    affronteren
    affronteus
    afgaan
    afgaan, plat ~
    afgaan, steeg van ~
    afgang
    afgebeten, er is een stukske ~
    afgeborsteld
    afgeborstelde
    afgebotteld komen
    afgedaan, nog niet ~ hebben
    afgedeeld, ~ zijn
    afgedouwe
    afgelekt
    afgelekt, er ~ uitzien
    afgelijnd, ~ onderwerp
    afgelikt
    afgelopen komen
    afgereden
    afgereden komen
    afgereën
    afgeschafte trein
    afgeschenen
    afgeschoten
    afgestapt komen
    afgestormd komen
    afgestoten komen
    afgestreken gezicht
    afgevaardigd beheerder
    afgevaardigd bestuurder
    afgevaardigde, bestendig ~
    afgevaardigde, commercieel ~
    afgevaardigde, medisch ~
    afgeveegd
    afgeven
    afgeven, de grote ~
    afgeven, het ervan ~
    afgeven, moeten ~
    afgeven, niet ~
    afgewandeld komen
    afgewassen
    afgiftekantoor
    afgunstbelasting
    afgunstfederalisme
    afhalen
    afhalen, geld ~
    afhangen
    afhangen van
    afhangers
    afhankelijkheden
    afhaspelen
    afheffen
    afhoren
    afhossen
    afhouden
    afhouden, niet ~
    afhouding
    afijn
    afjagen
    afjager
    afkalveren
    afkappen
    afkappen, op iemand ~
    afkappingsteken
    afkasjschen
    afkasten
    afkasting
    afkeren
    afkippen
    afklappen
    afklavetteren
    afklokken
    afkloppen
    afklutteren
    afknakker
    afknijzen
    afknippen
    afkoelingsweek
    afkomen
    afkomst, vreemde ~
    afkooksel
    afkoopwet
    afkopen
    afkorten
    afkorting
    afkortingsplan
    afkrabsel
    afkraken
    afkrakken
    afkraweien
    afkribbelen
    afkuisen
    afkuisen, het ~
    afkuisen, zijn schup ~
    afkunnen
    aflakken
    aflappen
    aflassen
    aflassing
    aflasten
    aflasting
    aflaten
    aflater
    afleggen
    afleiden
    aflekken
    afleren
    afletten
    afleveren
    aflevering
    aflezen
    aflijnen
    afloeren
    aflopen
    aflopen, op of met een sisser ~
    aflossing
    aflossingskoers
    aflossingsploeg
    aflossingswedstrijd
    afluizen
    afluizer
    afmaettelen
    afmaken
    afmetsen
    afmettelen
    afmotten
    afnemen
    afnijpen
    afnoesten
    afnoezen
    afpakken
    afpakken, dat pakken ze ons niet meer af
    afpakken, de telefoon ~
    afpellen
    afperen
    afpeuren
    afpingelen
    afpitsen
    afplakker
    afpoeieren
    afprinten
    afpunten
    afpuntlijst
    aframmelen
    afrekenen
    afrijden
    afrijfelen
    afrijs
    afrijzen
    afrijzer
    Afrika, van ~ tot in Amerika
    afrippen
    Afrique, den ~
    afritsen
    afritser
    afrolder
    afrotsen
    afschaffen
    afschakelen
    afschakelplan
    afscheidsdrink
    afscheidspremie
    afscheuren, er een stuk ~
    afschieten
    afschieten, de hoofvogel ~
    afschieten, vuurwerk ~
    afschoepen
    afschrijven
    afschudden
    afseit
    afsjikken
    afslaan
    afslag
    afslagen
    afsmaken
    afsmeiren
    afsmijten
    afsmoorder
    afsmoren
    afsmoren, het ~
    afspannen
    afspanning
    afspelen, zijn bakkes ~
    afspelen, zijn eigen ~
    afspiegelingsregering
    afspionneren
    afsprakenkader
    afspringen
    afstand, op ~
    afstand, op ~ houden
    afstand, op ~ zetten
    afstand, vanop ~
    afstappen
    afstappen in (Schaarbeek)
    afstappen, het ~
    afstappen, ter plaatse ~
    afstapping
    afstappingsteam
    afsteken
    afsteken, een vrouw ~
    afsteken, zijn broek ~
    afsterver
    afstesselen, komen ~
    afstoken
    afstrafelen
    afstrijden
    afstropen, een kei het vel ~
    afstropen, iemand het vel ~
    afstuiveren
    aftasten
    aftekenen
    aftenen
    afterboozen
    afterten, het ~
    aftikactie
    aftitsen
    aftoetsen
    aftouteren
    aftrappen
    aftreifelen
    aftrek hebben
    aftrekken
    aftrekken (samenvatting)
    aftrekken, bloed ~
    aftrekken, een koe ~
    aftrekken, er ene ~
    aftrekken, het bed ~
    aftrekken, nog een stop ~
    aftrekker
    aftroeven
    aftrok
    aftrok, met ~ van
    aftrossen
    aftruggelaar
    aftruggelen
    aftujeteren, zijn eigen ~
    afvalintercommunale
    afvalkot
    afvallingskoers
    afvallingsrace
    afvallingswedstrijd
    afvalophaler
    afvellen
    afvijzen
    afvloeiing, natuurlijke ~
    afvogelen
    afwachten
    afwachting, in ~ dat
    afwas
    afwasmachien
    afwassen
    afwasser
    afwasvod
    afweergordel
    afwentelen
    afwerven
    afwerving
    afwezig verklaren
    afwezigheid, gewettigde ~
    afwezigheidslijst
    afwijking, een ~ voorzien
    afzabberen
    afzagen, de oren van de kop ~
    afzetten
    afzetten, de tafel ~
    afzien
    afzien, siberisch ~
    afzink
    afzuip
    afzuipen
    afzuiper
    afzuipster
    agauw
    agence
    agentschap
    Agentschap Natuur en Bos
    ageunter
    agglomeratie
    agglomeratieraad
    aggregaat
    Agoria
    agresseren
    agustaschandaal
    ah bon
    aha
    aha­gevoel
    aie
    airekedeire
    airhostess
    airke
    ajejaj
    ajtoe
    ajuin
    ajuinen
    ajuinen, dat zijn onze ~ niet
    ajuinen, zich met zijn eigen ~ moeien
    Ajuinenstad
    ajuinenvreter
    ajuinpatatten
    ajuinsaus
    ajuinsoep
    ajuintje
    ajusteren
    ajusteur
    Akabe
    Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele
    akaks
    ake doen
    aker
    aketisse
    akkebakken
    akkederen
    akkeleir
    akkelen
    akkelgoaries
    akkepoot
    akker, werk van den ~
    akkerbiliën
    akkerbuk
    akkerderen
    akkerdjie
    akkerdju
    akketaat
    akkoord komen
    akkoord krijgen van iemand
    akkoord zijn (met)
    akkoord, ’t ~ zijn
    akkoord, er het (niet) 't ~ mee zijn
    akkoord, gerechtelijk ~
    akkoord, in ~ met
    akkoord, interprofessioneel ~
    akkoord, principieel ~
    akkoord, sectoraal ~
    akkoord, sectorieel ~
    akkoord, t’ ~
    akkoord, tot een ~ komen
    aklegaries
    aklegaris
    akont
    akro
    akrol
    akse
    akte van beschuldiging
    al
    al bij al
    al dan niet
    al een chance dat
    al een geluk dat
    al gelijk
    al goed dat
    al meer dat
    al met een keer
    al t’hope
    al wat de hemel geven kan
    al wat oren en poten heeft
    al, peinzen dat ge ’t ~ zijt
    alaam
    alaambak
    alaise
    Ålandcoalitie
    alarmbelprocedure
    alaska
    albumine
    alcoholieker
    alcoholstift
    alcolieker
    alcool
    alcopop
    alderheiligen
    alderlei
    Aldi, boecht van de -
    Aldi, bucht van de ~
    Aldi, van den ~
    ale
    Alexander
    Alexander, alles voor mij en niks voor een ander
    Alexander, een ~ zijn
    algelijk
    Algemeen Beschaafd Vlaams
    algemeen bestuurder
    algemeen enkelvoudig stemrecht
    Algemeen Kempens
    algemeenheid, met ~ van stemmen
    algemene voeding
    alijk
    alkolieker
    alkoolstift
    allambak
    alle baten helpen
    alle dagen zondag en kermis in de week
    alle stappe
    alle wegen leiden naar Rome
    allee
    allee piotten debout
    allee vooruit
    allee ze
    alleen de rook gaat door de kave
    alleen de rook gaat door de schouw
    alleen de rozijnen uitpikken
    alleen komen te staan
    alleen, op zijn ~
    alleenbouw
    alleenstaand geval, een ~
    alleenverdeler
    allegaa
    allegakes
    allegauw
    allei, allè
    allekaks
    allemaal, en wat is het ~
    alleman
    alleman anders
    alleman content
    alleman, iedereen en ~
    allemanist
    allemanistiek
    allemansend
    allemansgerief
    allemanswies
    allemerijen
    allenij
    allensj
    aller ogen zijn gericht op Kwatta.
    allergisch aan
    allergisch tegen zijn
    allerhande na zelfstandig naamwoord
    allerheiligendag
    allerheiligenverlof
    allerheiligenvest
    allerheiligenweer
    allerijl
    allerleukst
    alles bijeen
    alles bon
    alles kan beter
    alles op de arm, niks in de darm
    alles van ’t kaske en de geit dood
    alles wat loshangt
    alles, beneden ~
    alles, en ~
    allesbehalve vinden, zijn
    allesoir
    allestappe
    alleszins
    alleterreinwagen
    alletwee
    alleweijle
    allewiel
    allewijl
    allez
    allez allez
    allez kom
    allez toe
    allez vooruit
    allez ze
    allicht
    allichte
    allitrapson, met de ~
    allo
    allona
    alluderen
    allumeur
    allumeuse
    allusie maken op
    Alma
    almanak
    almeddekeer
    almene keer
    almeteen
    almeteens
    almoezenier
    alop doen
    aloyze
    alp
    alpijns
    alpijns skiën
    als
    als ’t zijn recht maar gehad heeft
    als een café zonder bier
    als ge een aap stuurt, krijgt ge een aap terug
    als ge het maar weet
    als ge wilt
    als ge wilt beren moet ge niet achter de kar lopen
    als ge zoudt willen
    als gelijk
    als gelijk zot
    als het geen school is, is het kerk
    als het hier nog lang gaat duren zal het hier rap gedaan zijn
    als het maar dat is
    als het regent in Parijs dan druppelt het in Brussel
    als ik me niet bedrieg
    als ik u ni had, geen ogen en ik zag gene steek
    als ik van u was
    als mijn tante kloten had, was ze mijn nonkel
    als t maar nat is
    als wanneer
    als zot
    alsaan
    alsan
    alstemblieftekes
    alstublieft
    alt
    altelichelek
    altemets
    alterase
    alternateur
    altijd als
    altijd rechtdoor en op tijd afdraaien
    alvast
    alverman
    alvorens
    alzeleven
    alzo
    amaai
    amaal
    amadees
    amai
    amai amai
    amai mijn klak
    amai mijn kloten
    amai mijn oren
    amai mijn voeten
    amai mijnen amai
    amai niet
    amai nog al niet
    amai nog nie
    amai nog niet
    amai pladijs
    amaie
    amandelen trekken
    amandelogen
    amandelschilfer
    amateur
    ambacht, stomme ~
    ambachtelijke zone
    ambaleren, zich ~
    amballeren
    ambeleuzegoed
    ambetant
    ambetantenaar
    ambetanterij
    ambetanterik
    ambetantig
    ambetantigheid
    ambeteren
    ambiance
    ambiancebrenger
    ambiancefactor
    ambiancemaker
    ambras
    ambras, in ~ liggen
    ambrasmaker
    ambrasregering
    ambrasseren
    ambrasverkoper
    ambraszoeker
    ambréage
    ambtelijke schrapping
    ambtenarees
    ambtenarenbal
    ambtenarenstatuut
    ambtshalve op pensioen
    ambulancier
    amechtig
    amen en uit!
    amer
    amere
    americain
    amerij
    Amerika, van Afrika tot in ~
    Amerikaander
    Amerikaanse Stock
    amets
    amfobie
    amigo
    amigocratie
    ammel
    ammelaken
    ammezeert uch
    amok maken
    amortisseur
    amper
    amplang
    ampleur
    amplootje
    ampul
    Amsterdammer
    amusatie
    amusatie, de ~
    amusefiets
    amuseleute
    amusement, het ~
    amuzeleute
    an plang
    anale driehoek, de ~
    ANB
    ancien
    Ancienne Belgique
    anciënniteitsverlof
    ander
    ander en beter
    ander, d’ ~
    ander, op een ~
    ander, op een ~ gaan
    ander, op een ~ zitten
    anderdaags, s´ ~
    andere katten te geselen hebben
    andere, ten ~
    andereen
    anderendaags, s´ ~
    anders
    anderspartij
    andersvalide
    andjoen
    anger
    angesj
    angine
    angine de poitrine
    Anglo-Belgisch
    angschijn
    animatie
    animeren
    anker
    anker, nieuws~
    ankerère
    ankerman
    ankervrouw
    anneke
    annekesnest
    annersteroem
    annewuiten
    annex
    annexe
    annoncenblad
    annulatie
    annulatieverzekering
    anoazelen tut
    anrekken
    ansjloes
    antdieden
    anteef
    antenne
    antenne, op ~
    antenne, te volgen op ~
    antenne, van ~
    antennepost
    anti-hollandisme
    antibelgicisme
    antibelgicist
    anticipatief
    anticoalitie
    antieden, ~ zien
    antigel
    antigifcentrum
    antikalkspray
    antipersonenmijn
    antipersoonsmijn
    antiseksismewet
    antislipvoet
    antiterreurcel
    antiverdwaalarmbandje
    antiwitwascel
    antoave
    Antwerp, den ~
    Antwerpen-aan-zee
    Antwerpen, met heel ~, maar niet met mij
    Antwerpenaren, Antwerpenaars
    Antwerpse handjes
    Antwerpse wantjes
    Antwerpse Zes
    antwoord, laat een kwaad woord onbesproken, het ~ maakt de twist
    antwoord, recht van ~
    antwoord, van ~ dienen
    anvelop
    ANVT
    anzjoen
    aonheivde
    aosejakken
    ap
    apache
    apegapen, op ~ zitten
    apejakske
    apejonk
    apekalle
    apen, naar javita ~ schudden
    apenjaren, de ~
    apenkot
    apenland
    apentreiter
    aperitiefconcert
    aperitieflezing
    apero
    apeuprès
    apezuur, het ~ krijgen
    apostel
    apostelbrokken
    apotheekkast
    apotheker van wacht
    apotheker, vuilen ~
    apotheker, watten vindt ge bij de ~
    apothekeres
    apothekerskast
    appantesit
    appareil
    apparenteren
    apparentering
    appartement
    appartementisering
    appartementsblok
    appartementsbuilding
    appartementsgebouw
    appel
    appel, amai mijnen ~
    appel, de goeien ~
    appel, een ~ uit de kast vallen
    appelaar
    appelblauwzeegroen
    appelbol
    appelconfituur
    appelen en peren
    appelen met citroenen vergelijken
    appelen met peren vergelijken
    appelen voor citroenen verkopen
    appelkits
    appelkok
    appelkut
    appelpoeper
    appelsien
    appelsienenkist
    appelsienenkist, in een ~ steken
    appelsienhuid
    appelsienkist
    appelsienpel
    appelsiensap
    appelsienvel
    appelspijs
    appeltrot
    appendicite
    appendicitis
    appetijt
    applaus op alle banken
    applausmeester
    applausvervanging
    appreciatie
    apprénse
    apprense maken
    apreprès
    aprilse grillen
    aprilvis
    apsjaar
    arbeid
    arbeidersstatuut
    arbeidsauditeur
    arbeidsauditoraat
    arbeidsauditoriaat
    arbeidsgeneesheer
    arbeidshof
    arbeidskamer
    arbeidsonbekwaam
    arbeidsongeval
    arbeidsrechtbank
    arbiter
    Arbitragehof
    arcee
    archi-
    archilelijk
    archimoeilijk
    archislecht
    architectuurpatrimonium
    Arcospaarder
    Ardeens
    Ardeens gebraad
    Ardeense hesp
    Ardeense Jager
    Ardeense klassieker
    Ardenner
    ardi
    ardije
    ardoan
    arduinen
    are of joeng
    arebloemeke
    aren
    aren of jong
    argument inroepen
    arig
    Arizonacoalitie
    arjoan
    arloge
    arm aan arm
    arm maar proper
    arm Vlaanderen
    arm, alles op de ~, niks in de darm
    arm, onder de ~ nemen
    arm, van de lange ~
    arm, zijn gat onder zijn ~ pakken
    arm, zo ~ als een luis
    arm, zo ~ als een luis op een kam
    armbanduurwerk
    armboogde
    arme banaan, de ~
    Arme Klaren
    Arme Klaren, eieren naar de ~ doen
    arme schrobber
    arme-mensen-kost
    arme, den ~
    arme, oester van de ~
    armemensenbier
    armemensengat
    armemensenperk
    armkracht
    armmenseneten
    armmensensaus
    armoe troef
    armoe, van ~
    armoedetoets
    armoei
    armoeizaaier
    armoezaaier
    armtierig
    aroem
    arrangeren
    arrangeur, gearrangeerd met den ~
    arrè
    arré
    arreh
    arrest
    arrestatiebevel, een ~ afleveren
    arresthuis
    arret
    arrondissement
    arrondissementeel
    arrondissementsrechtbank
    arsee
    arseekoek
    arsen, assen
    arsenaal
    arstits
    Arteveldestad
    artiest
    artiestenmiddens
    artikelengamma
    artikels
    artis
    artisanaal
    artisanaat
    artjoen
    Artoos
    artsenquotum
    artsensyndicaat
    artsoen
    as
    as, as, asse zijn verbrande kolen
    as, een ~ in
    as, veel op zijn ~ hebben
    asbestattest
    ascendentenverdeling
    ascenseur
    asem
    asemmer (esjummer)
    asielcentrum, gesloten ~
    asiet
    asjilvessem
    asneerlating
    ASO
    asperge
    asperges à la Flamande
    assan
    assangseur
    asse
    asse is verbrand hout
    assekruisje
    assel
    assen
    assenbak
    assepot
    assesteen
    asseweg
    assewoensdag
    assiete
    assing
    assisen
    assisen, hof van ~
    assisenproces
    assistent, sociaal ~
    assistent(e), maatschappelijk ~
    assistentiewoning
    assorteren
    assorti
    assuranse
    assuranske, een gloazen ~
    astek
    astemblieft
    asterbantie, in ~
    astereen
    astrant
    astranterik
    astridje
    astrie
    astronome
    astronomie
    astronoom
    asverspreidingsweide
    asweide
    asymmetrisch
    at
    atakke
    atelier
    athenee
    atheneum
    atletiek
    atomaschriftje
    atoomschot
    attache
    attachke
    attak
    attakeren
    attaque
    attentie, ergens wel of niet ~ op doen
    attentvol
    attest, A-attest, B-attest, C-attest
    attest, fiscaal ~
    attraperen
    attritie
    atus, van ~ naar pilatus
    aub
    auditeur
    auditeur-generaal
    auditoraat
    auditoriaat
    auker
    austeriteit
    authentificatie
    authentificeren
    authentisch
    autismeplan
    auto-accident
    autobatterij
    autobusvoerder
    autocar
    autoconstructeur
    autocontrole
    autocontroleur
    autoinspectie
    automarchand
    automatenkraker
    automatenshop
    automatic
    automatische indexatie
    automecanicien
    automechanica
    automechanieker
    automekanieker
    automobielinspectie
    autonazicht
    autonoom overheidsbedrijf
    autopiloot
    autoplak
    autopomp
    autosalon
    autoschouwing
    autostop
    autostop doen
    autostoppen
    autostopper
    autostopreis
    autostrade
    autotaks
    autotrafiek
    autoverdeler
    autovoerder
    autowijding
    autozetel
    autozoektocht
    auwblauw
    avaans
    avance, ergens geen ~ mee hebben
    avance, geen ~ zijn
    avance, in ~
    avanceerijzer
    avanceren
    avanceren, zich ~
    avanske, een ~ hebben
    avant-première
    avanti
    avel
    avend
    averechts
    averechtse
    averechtsom
    averon
    aversj
    averwets
    aveseerijzer halen
    aveseerplankske
    aveseersteen
    aveseren
    Aveve
    avisigaard
    avond, op de ~ en de noen
    avondblok
    avonddeemster
    avonddeemstering
    avondkledij
    avondkleed
    avondleergang
    avondmalen
    avondskost
    avondstudie
    avondteten
    avrong
    AVV VVK
    awa
    awel
    awel awel
    awel ja
    awel merci
    awel nee
    awoert
    awurre
    AZ
    azen
    azerty
    Aziel Zarbon
    azienbeier
    azijnpisser
    azijnzeiker
    azistek
    azo
    azoeker
    azun
    Azurenkust

    Nieuwe versie!
    Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze GitHub.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.