Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
de vraemde, het buitenland (voor sommige Limburgers is dat al buiten Limburg
Goan ich noa de vraemde her
wied oet Limburg weg
heur ich ummer toch zoea gaer
’t good, ’t koad , ’t sjlech.
Jo Erens, ‘Limburg Allein’ (You Tube)
een vergroeing in de haarinplant dwz de richting van haargroei veranderd op een plaats soms zefs in tegengestelde richting (geen nederlands woord voor gevonden. Vlaanderen?
Zigk mer taege de kapper detter dien hoare good kort mot sjniëe dan geit der waer deróet / zeg maar tegen da kapper dat hij je haar goed kort moet knippen dan gaat die ‘waer’ eruit (Maakte mijn moeder me wijs. Dat, als ik mijn haar zou laten groeien tot op mijn schouders het probleem ook over zou zijn wilde er niet bij haar in)
knijpen (pitsen)
hae pietsjde mich ’n uigske / hij gaf me een knipoog
ich pietsjde ’t leech aan / ik deed het licht aan
veur goant ôs eine pietsje / wij gaan er eentje drinken
pietsj mich in der erm / knijp me in mijn arm
tetanus
(klem is niet courant in Nederland)
Ich hèm mich gescheird oan ne verroeselde naogel, naa moet ich neu den doktoor veur een spoat tege de klem.
(Ik heb me gekrast aan een verroeste spijker, nu moet ik naar de dokter voor een anti-tetanusspuit)
geen vooruitgang boeken, niet vorderen
Fr. piétiner sur place
Zo geraken we er niet, hee mannekes, we blijven ter plaatse trappelen, zo! Komaan, een efforke!
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.