Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
Gans Vlaanderen
Ik ken en gebruik dit woord niet. Wie ben ik om als geboren en getogen inwoner van Deurne (Antw.) te stellen dat dit geen Vlaams is? Maar ik ben het niet eens met het label/etiket “Gans Vlaanderen”. Er staan in de lijst tamelijk wat woorden met deze aanduiding, waarvan ik meen dat ze niet overal begrepen of gebruikt worden. Hoe gaan we daarmee om?
zonder korst
Ik dacht dat de mik, dat deel van een brood is, dat zacht is: de kruim. Ben ik verkeerd? Toen de bakkers nog warm waren en de broden in de oven tegen elkaar lagen, pulkten we op die raakpunten een roof (Antw. korst) van het brood. Soms als we grote honger hadden, groeven we dieper en kwam er een holte in het brood. Dan schoot ons moeder in een Franse colère.
Butaye
(nog eentje uit de Rijke Moedertaal van Butaye) Zeg niet fourche, maar vork.
uitgedost
De mensen die zo uitgedost zijn, doen me altijd denken aan pinguïns. Niet dat ze zich op dezelfde manier voortbewegen.
bolleke
Ne Koninck wordt geserveerd in een bolleke. Een bol dikbuikig glas. ’n Bolleke Keuning uit de Boomgaardstraat.
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.